Vertaling van contract van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

contract

': contract, overeenkomst, contracteren, samentrekken, aangaan
Transcriptie: [ˈkɒntrækt]

Woordenboekartikel

noun

  1. contract n (agreement)
  2. overeenkomst f
  3. servicecontract n
  4. onderhoudscontract n
  5. aanbesteding
  6. verbintenis

verb

  1. Krimpen (decline)
  2. inhuren (employ)
  3. krimp f (decline)
  4. contracteren
  5. samentrekken
  6. aangaan
  7. sluiten
  8. inkrimpen
  9. zich samentrekken
  10. contract maken

Voorbeelden

overeenkomst


 

sign a contract

— een contract ondertekenen
 

draw up a contract

— een contract opstellen
 

break a contract

— een contract verbreken
 

contract terms

— contractvoorwaarden

arbeidscontract


 

employment contract

— arbeidsovereenkomst
 

fixed-term contract

— contract voor bepaalde tijd
 

contract worker

— contractwerker
 

contract renewal

— contractverlenging

aanbesteding


 

contract award

— gunning van een contract
 

contract bid

— inschrijving op een contract
 

contract supplier

— contractleverancier
 

contract price

— contractprijs

juridische verplichtingen


 

contract obligation

— contractuele verplichting
 

contract breach

— contractbreuk
 

contract dispute

— contractgeschil
 

contract law

— contractenrecht