Vertaling van control van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

control

': controle, controleren, besturen, toezicht, beheersing
Transcriptie: [kɒnˈtrəʊl]

Woordenboekartikel

noun

  1. controle f (check, controlling)
  2. bediening f (operate)
  3. toezicht n (oversight)
  4. control m
  5. gecontroleerd (check)
  6. besturingselement n (control element)
  7. besturing f (controlling)
  8. zeggenschap f (controlling)
  9. beheer n (manage)
  10. bestuurd (operate)

verb

  1. controleren (check)
  2. besturen (operate)
  3. beheren (operate)
  4. bepalen
  5. beheersen (manage)
  6. bedienen (operate)
  7. regelen (regulate)
  8. bedwingen

Voorbeelden

technische controle of besturing


 

control system

— besturingssysteem; controlesysteem
 

process control

— procescontrole; procesbeheersing
 

automatic control

— automatische besturing; automatische controle
 

PID control

— PID-regeling; PID-controle
 

closed-loop control

— regeling met terugkoppeling; gesloten-lusregeling
 

open-loop control

— programmabesturing; open-lusregeling
 

remote control

— afstandsbediening; draadloze bediening

kwaliteitscontrole; kwaliteitsbeheersing


 

quality control

— statistische procescontrole; statistische procesbeheersing
 

statistical process control

— inspectie en controle; controle en inspectie
 

inspection and control

— toegangscontrole; toegangsbeheer

gebruikerstoegangscontrole; gebruikersbeheer


 

access control

— versiebeheer; versiecontrole
 

user access control

— kostenbeheersing; kostencontrole
 

version control

— budgetcontrole; begrotingscontrole

uitgavenbeheer; uitgavencontrole


 

cost control

— gedragscontrole; gedragsbeheersing
 

budget control

— zelfbeheersing; zelfcontrole
 

expenditure control

— emotiebeheersing; controle over emoties

voorraadbeheer; voorraadcontrole


 

behavioral control

— conditiebewaking en controle; toezicht op de staat
 

self-control

— regelgevende controle; toezicht door regelgevers
 

emotional control

— interne controle; intern controlesysteem

controle op naleving; nalevingscontrole


 

inventory control

— controle nemen over; onder controle nemen
 

condition monitoring and control

— controle verliezen over; de controle verliezen over

controle verkrijgen over; de controle krijgen over


 

regulatory control

— onder controle brengen; in bedwang houden
 

internal control

— onder controle raken; onder controle komen
 

compliance control

— controle uitoefenen over; toezicht houden op

bloedsuikercontrole; regulering van de bloedsuikerspiegel


 

take control of

— pijnbestrijding; pijnbeheersing
 

lose control of

— ziektebestrijding; beheersing van ziekten
 

gain control of

— controle krijgen over
 

bring under control

— onder controle brengen
 

come under control

— onder controle komen
 

exercise control over

— controle uitoefenen over

medische controle of gezondheidsbeheer


 

blood sugar control

— bloedglucoseregulatie
 

pain control

— pijnbestrijding
 

disease control

— ziektebestrijding