Vertaling van deal van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

deal

': uitdelen, handelen, transactie, hoeveelheid, koop
Transcriptie: [diːl]

Woordenboekartikel

noun

  1. transactie f
  2. deal m (agreement, transactions)
  3. overeenkomst f (contract)
  4. omgang m (dealing)
  5. pakken (address)
  6. koopje n (bargain)
  7. hoeveelheid
  8. koop
  9. grenehout
  10. het geven

verb (dealt, dealt)

  1. handelen (trade)
  2. gaan (cope)
  3. omgaan (cope)
  4. maken (use)
  5. behandelen (address)
  6. bezighouden (concern)
  7. betrekking m (relate)
  8. bezig (concern)
  9. aangepakt (confront)
  10. aanpakken (face)

adjective

  1. grenen
  2. vuren
  3. vurenhouten

Voorbeelden

transactie, overeenkomst


deal

— deal

make a deal

— een deal sluiten

strike a deal

— een deal sluiten

close the deal

— de deal sluiten

cut a deal

— een deal sluiten

omgaan met, aanpakken


deal with

— omgaan met

how to deal with

— hoe om te gaan met

can't deal with

— niet kunnen omgaan met

deal someone a blow

— iemand een klap toebrengen

uitdelen, verdelen


deal cards

— kaarten uitdelen

deal out

— uitdelen, verdelen

deal someone in

— iemand mee laten doen

deal someone out

— iemand uitsluiten

hoeveelheid, mate


a good deal

— veel, een flinke hoeveelheid

a great deal of

— een groot aantal

a great deal

— heel veel

no big deal

— geen probleem

idiomen en vaste uitdrukkingen


what's the deal?

— waar gaat het om?

raw deal

— een onrechtvaardige behandeling

deal breaker

— dealbreaker

deal or no deal

— deal or no deal

handel, transactie


good deal

— koopje, goede deal

best deal

— beste aanbod

deal price

— afgesproken prijs

backroom deal

— achterkamertjesdeal