Vertaling van did van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

did

': doen, maken, verrichten, handelen, beginnen
Transcriptie: [ˈdɪd]

Voorbeelden

hulpwerkwoord, verleden tijd


did the homework

— de huiswerk deed

did the dishes

— de afwas deed

did the work

— het werk deed

did a favor

— een dienst bewees

did nothing

— niets deed

did the job

— zijn werk deed

did my best

— zijn best deed

bekrachtiging, contrast of bevestiging


did say that

— dat echt zei

did tell you

— het je echt vertelde

did mean it

— het echt meende

did try

— echt probeerde

werkwoorden met voorzetsel, kwaad doen of vernietigen


did in

— uitputte, vermoordde, afmaakte

was done in

— was uitgeput, werd vermoord

did for

— verderfde, buiten werking stelde, afmaakte

werkwoorden met voorzetsel, verbouwen, opruimen of versieren


did up the flat

— de flat opknapte

did up her coat

— haar jas dichtknoopte, haar jas oporde

did out the room

— de kamer versierde

did over the house

— het huis verbouwde

vaste uitdrukkingen, informele zinnen


did the trick

— het deed de truc

did the rounds

— het deed de ronde

did the honours

— de eer deed

did the math

— de rekensom maakte

korte vragen en antwoorden


did you?

— deed je?

didn't you?

— deed je niet?

did so

— deed het wel

did it

— deed het