Vertaling van discuss van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

discuss

': bespreken, discussiëren, bepraten, discuteren
Transcriptie: [dɪsˈkʌs]

Woordenboekartikel

verb

  1. bespreken (consider, examine, cover, negotiate, address)
  2. discussiëren
  3. besproken
  4. bespreekt
  5. bespreek
  6. ingaan
  7. debatteren
  8. praten (speak)
  9. spreken
  10. praat

Voorbeelden

een vraag bespreken


discuss the issue

— de kwestie bespreken

discuss the problem

— het probleem bespreken

discuss the matter

— de zaak bespreken

discuss the topic

— het onderwerp bespreken

plannen en besluiten bespreken


discuss plans

— plannen bespreken

discuss options

— opties bespreken

discuss a proposal

— een voorstel bespreken

discuss a decision

— een besluit bespreken

met iemand bespreken


discuss it with me

— het met mij bespreken

discuss the issue with her

— de kwestie met haar bespreken

discuss something with the team

— iets met het team bespreken

discuss it together

— het samen bespreken

op een vergadering bespreken


discuss at the meeting

— op de vergadering bespreken

discuss in class

— in de klas bespreken

discuss in detail

— in detail bespreken

discuss the matter in private

— de zaak onder vier ogen bespreken