Vertaling van dish van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

dish

': schotel, gerecht, schaal, opscheppen, opdissen
Transcriptie: [dɪʃ]

Woordenboekartikel

noun

  1. gerecht n (meal)
  2. schotel m (platter)
  3. schaal f (bowl)
  4. maaltijd m (food)
  5. streekgerecht n (regional dish)
  6. schotelantenne f (satellite dish)
  7. voorgerecht n (entree)

verb

  1. opscheppen
  2. opdissen

Voorbeelden

serviesgoed of keukengerei


dish

— bord; schaal

dish towel

— theedoek

dish rack

— afdruiprek; vaatdroogrek

serving dish

— serveerschaal; opdienschotel

deep dish

— diep bord; diepe schaal

gerecht of bereide maaltijd


main dish

— hoofdgerecht

side dish

— bijgerecht

signature dish

— signatuurgerecht; kenmerkend gerecht

cold dish

— koud gerecht; koude schotel

dish of the day

— dagschotel

traditional dish

— traditioneel gerecht

werkwoorden, scheidbare werkwoorden, uitdrukkingen


to dish up

— opdienen; opscheppen

to dish out

— uitdelen; royale porties geven (bijv. kritiek)

to dish the dirt

— roddelen; kwaadspreken

dish it out

— harde kritiek leveren; kritiek uitdelen

slang, compliment


a dish

— knappe persoon; mooie man; mooie vrouw

she's a dish

— ze is een mooie meid; ze is aantrekkelijk

techniek, antennes, apparatuur


satellite dish

— schotelantenne; satellietschotel

dish antenna

— paraboolantenne; schotelantenne

dish network

— Dish Network