Vertaling van dispatch van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

dispatch

': verzending, verzenden, bericht, afzending, afhandelen
Transcriptie: [dɪsˈpæʧ]

Woordenboekartikel

noun

  1. verzending f (delivery)
  2. dispatching f (control room)
  3. versturen (despatch)
  4. expeditie f
  5. zending f (mailing)
  6. verzend m (delivery)
  7. toezending f (mailing)
  8. bericht
  9. afzending
  10. afdoening

verb

  1. verzenden (transmit, direct)
  2. sturen
  3. doorgestuurd (mail)
  4. zenden (transmit)
  5. afhandelen
  6. afzenden
  7. vlug afdoen
  8. afmaken
  9. verorberen
  10. naar binnen spelen

Voorbeelden

handeling, verzenden


dispatch a package

— een pakket verzenden

dispatch goods

— goederen verzenden

dispatch an order

— een bestelling verzenden; een order afhandelen

dispatch a technician

— een monteur sturen; een technicus sturen

dispatch a courier

— een koerier sturen

dispatch from warehouse

— verzending vanuit het magazijn

logistiek, distributie of levering


dispatch center

— verzendcentrum; distributiecentrum

dispatch hub

— distributiecentrum; logistiek centrum

real-time dispatch

— real-time verzending; operationele distributie

automated dispatch system

— geautomatiseerd verzendsysteem; automatisch distributiesysteem

fleet dispatch

— wagenparkbeheer; beheer van het wagenpark

bericht, verslag of reportage


news dispatch

— nieuwsbericht; persbericht

dispatch from the scene

— verslag ter plaatse; reportage van de plek des onheils

wire dispatch

— telegram; telegrafische verzending

dispatch report

— operationeel verslag; dienstbericht

press dispatch

— persreportage; persbericht

snel een taak afhandelen; een klus klaren


dispatch a task

— snel een taak afhandelen; afrekenen met een taak

dispatch the problem

— snel een probleem oplossen; een probleem verhelpen

dispatch the paperwork

— papierwerk snel afhandelen; de administratie afwerken

dispatch the shipment

— de zending snel verzenden; de verzending snel afhandelen

uitschakelen, afrekenen of elimineren


dispatch the intruder

— de indringer uitschakelen; de indringer elimineren; de indringer afrekenen

dispatch an enemy

— een vijand uitschakelen; een tegenstander elimineren

be dispatched

— worden uitgeschakeld; worden geëlimineerd