Vertaling van disposition van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

disposition

': aanleg, regeling, plaatsing, neiging, rangschikking
Transcriptie: [dɪspəˈzɪʃn]

Woordenboekartikel

noun

  1. aanleg m (predisposition)
  2. beschikking f (disposal)
  3. opstelling f
  4. humeur n (spirit)
  5. regeling
  6. plaatsing
  7. neiging
  8. rangschikking
  9. schikking
  10. maatregel

Voorbeelden

karakter of aard


calm disposition

— rustig karakter

cheerful disposition

— opgewekt karakter; vrolijke aard

friendly disposition

— vriendelijk karakter; innemende aard

shy disposition

— verlegen karakter; schuchtere aard

melancholic disposition

— melancholiek karakter; neiging tot melancholie

neiging of aanleg


disposition to anger

— neiging tot woede

disposition to depression

— aanleg voor depressie; neiging tot depressie

disposition to take risks

— neiging tot risico's nemen; aanleg voor riskant gedrag

disposition for procrastination

— neiging tot uitstel; aanleg om dingen uit te stellen

plaatsing of opstelling


disposition of troops

— opstelling van troepen; legerplaatsing

disposition of furniture

— plaatsing van meubels; inrichting van meubels

disposition of parts

— plaatsing van onderdelen; opstelling van componenten

strategic disposition

— strategische opstelling; strategische plaatsing

beschikkingsrecht, beschikking of overdracht van eigendom


disposition of assets

— beschikking over activa; vervreemding van activa

disposition of property

— beschikking over eigendom; vervreemding van eigendom

final disposition of the estate

— definitieve beschikking over de nalatenschap; definitieve afwikkeling van de erfenis

disposition of shares

— vervreemding van aandelen; beschikking over aandelen

gemoedstoestand, stemming of humeur


disposition of mind

— gesteldheid van de geest; geestesgesteldheid

in a cheerful disposition

— in een opgewekte stemming; in een vrolijke bui

in a bad disposition

— in een slechte stemming; in een slecht humeur

in a disposition to talk

— in een spraakzame bui; neiging tot praten