Vertaling van disrupt van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

disrupt

': ontwrichten, verbreken, uiteenrukken, scheiden, vaneenscheuren
Transcriptie: [dɪsˈrʌpt]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. ontwrichten
  2. verstoren (disturb)
  3. verstoord (disturb)
  4. verstoort (disturb)
  5. verstoring f (disturb)
  6. onderbreken (interrupt)
  7. onderbroken (interrupt)
  8. storen (interrupt)
  9. hinderen (disturb)
  10. gestoord (interrupt)