Vertaling van do van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

do

': do, doen, maken, verrichten, handelen
Transcriptie: [duː]

Woordenboekartikel

verb (did, done)

  1. doen (perform, create, take, do this)
  2. maken
  3. deden
  4. maak
  5. heb (have)
  6. hebben (have)
  7. werken
  8. betekenen (involve)
  9. wel (have)
  10. gebeuren (be)

noun

  1. do

Voorbeelden

huishoudelijke taken, dagelijkse klusjes


do the dishes

— de afwas doen

do the laundry

— de was doen

do the ironing

— strijken

do the cleaning

— schoonmaken

do the shopping

— boodschappen doen

do the housework

— het huishouden doen

hulp, gunsten of diensten


do someone a favor

— iemand een gunst bewijzen

do someone a good turn

— iemand een goede dienst bewijzen

do someone a service

— iemand een dienst bewijzen

do one's bit

— zijn steentje bijdragen

werk, studie en plichten


do homework

— huiswerk maken

do a job

— een klus doen

do one's duty

— zijn plicht vervullen

do research

— onderzoek doen

do business

— zaken doen

do an exam

— examen doen

phrasal verbs, herdoen en afzien van iets


do over

— overdoen

do up

— dichtmaken; opknappen; vernieuwen

do without

— zonder iets stellen

do away with

— afschaffen; wegdoen; een einde maken aan

do in

— uitputten; vermoorden

do out

— versieren; een kamer inrichten

idiomen en vaste uitdrukkingen


do your best

— je uiterste best doen

do the trick

— het juiste effect hebben; helpen

do someone proud

— iemand trots maken; eer aandoen

do harm

— schade toebrengen

do good

— goed doen; nuttig zijn

do justice to

— recht doen aan

do time

— zitten; gevangenisstraf uitzitten

hulpwerkwoorden, vraagconstructies, bevelen


do you mind

— vind je het goed; heb je er bezwaar tegen

do it yourself

— doe het zelf

do as I say

— doe wat ik zeg

do tell

— vertel op; toe maar vertel

do one's best to

— zijn uiterste best doen om