Vertaling van dwelling van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
dwelling
Transcriptie: [ˈdwelɪŋ]
Woordenboekartikel
noun
- woning f (abode)
- onderkomen n (abode)
- woonhuis n (residence)
- Woonplaats f (abode)
- wonen (living)
- verblijfplaats f (abode)
- stilstaan
- verblijven
- behuizing f (shelter)
- verblijf n (accommodation)
participle
- wonende m
Voorbeelden
woning
a family dwelling
— een gezinswoninga rural dwelling
— een plattelandswoninga permanent dwelling
— een permanente woninga private dwelling
— een particuliere woninghuis en woning
dwelling house
— woonhuisdwelling place
— woonplaatsdwelling unit
— wooneenheiddwelling space
— woonoppervlakteverblijf
place of dwelling
— woonplaatsdwelling in the city
— wonen in de staddwelling abroad
— wonen in het buitenlanddwelling with relatives
— wonen bij familieleden