Vertaling van dwindle van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

dwindle

': afnemen, achteruitgaan, verminderen, inkrimpen, minder worden
Transcriptie: [dwɪndl]

Woordenboekartikel

verb

  1. afnemen (diminish)
  2. slinken (diminish)
  3. verkommeren
  4. achteruitgaan
  5. verminderen
  6. inkrimpen
  7. minder worden

Voorbeelden

afnemen, slinken


dwindle away

— wegsmelten, opdrogen

to dwindle

— afnemen, slinken

dwindle to nothing

— tot niets teruglopen, opdrogen

dwindle to a trickle

— tot een druppeltje teruglopen, tot een minimum slinken

dwindle over time

— in de loop der tijd afnemen, mettertijd slinken

dwindling numbers

— afnemende aantallen, slinkende aantallen

dwindling population

— krimpende bevolking, slinkende bevolking

uitputten, verzwakken


dwindling supply

— slinkende voorraad, uitgeput rakende voorraad

dwindle reserves

— voorraden raken uitgeput, voorraden slinken

dwindling energy

— afnemende energie, tanende energie

hope dwindled

— de hoop nam af, de hoop verflauwde

economie, financiën of vraag


dwindling funds

— slinkende middelen, uitgeput rakende fondsen

dwindling revenue

— teruglopende inkomsten, slinkende opbrengst

dwindling demand

— dalende vraag, afnemende vraag

customers dwindled

— het aantal klanten liep terug, het klantenbestand slonk

voorbeelden in zinnen


The town's population dwindled over decades.

— De bevolking van de stad nam decennialang af.

Her savings slowly dwindled after she lost her job.

— Haar spaargeld slonk langzaam nadat ze haar baan verloor.

As the crisis continued, public support dwindled.

— Naarmate de crisis voortduurde, nam de publieke steun af.