Vertaling van elderly van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
elderly
Transcriptie: [ˈeldəlɪ]
Woordenboekartikel
adjective
- ouderen n (elder people)
- oud (old)
- senioren m
- oude m (old)
- hoogbejaard
- bedaagd
- ietwat bejaard
Voorbeelden
mensen, familieleden of buren
elderly person
— hoogbejaardeelderly people
— hoogbejaardenelderly man
— hoogbejaarde man; oudjeelderly woman
— hoogbejaarde vrouw; oudjeelderly relative
— hoogbejaarde familielidelderly neighbor
— hoogbejaarde buurelderly couple
— hoogbejaard echtpaargezondheid, zwakte of aandoeningen
frail elderly
— breekbare hoogbejaardeelderly patient
— hoogbejaarde patiëntelderly with dementia
— hoogbejaarden met dementieelderly and frail
— hoogbejaard en brooselderly care needs
— zorgbehoeften van hoogbejaardenzorg, diensten of ondersteuning
elderly care
— ouderenzorgelderly care home
— verzorgingshuisassisted living for the elderly
— begeleid wonen voor ouderenhome care for the elderly
— thuiszorg voor ouderenday center for the elderly
— dagcentrum voor ouderenhuisvesting of woonomgeving
elderly housing
— ouderenhuisvestinghousing for the elderly
— huisvesting voor ouderenindependent living for the elderly
— zelfstandig wonen voor ouderenelderly community
— seniorencomplexhouding, beschrijving of gedrag
looking elderly
— er oud uitzienelderly voice
— oude stemelderly demeanour
— oud aandoenelderly appearance
— oud uiterlijkstatistiek, beleid of economie
elderly population
— ouderenbevolkingelderly poverty
— ouderenarmoedeelderly rights
— ouderenrechtenelderly employment
— ouderenwerkgelegenheid