Vertaling van encounter van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

encounter

': ontmoeting, tegenkomen, ondervinden, ontmoeten, treffen
Transcriptie: [ɪnˈkaʊntə]

Woordenboekartikel

verb

  1. tegenkomen (face)
  2. ondervinden (face)
  3. ontmoeten (face)
  4. aantreffen (locate)
  5. geconfronteerd (face)
  6. optreden (occur)
  7. voordoen
  8. stuiten
  9. vinden
  10. treft

noun

  1. ontmoeting f (meeting)
  2. kennismaking f (meeting)
  3. bijeenkomst f (meeting)
  4. ontmoet (meet)
  5. treffen
  6. gevecht

Voorbeelden

toevallige ontmoeting of kennismaking


a chance encounter

— een toevallige ontmoeting

a casual encounter

— een toevallige ontmoeting; een vluchtige kennismaking

a brief encounter

— een korte ontmoeting; een vluchtige ontmoeting

an unexpected encounter

— een onverwachte ontmoeting

botsing of conflict


armed encounter

— gewapende confrontatie

hostile encounter

— vijandige ontmoeting; confrontatie

violent encounter

— gewelddadige confrontatie; hevige schermutseling

deadly encounter

— dodelijke confrontatie; fatale ontmoeting

geconfronteerd worden met een probleem, obstakel of fenomeen


encounter difficulties

— moeilijkheden ondervinden; met moeilijkheden te maken krijgen

encounter problems

— problemen ondervinden; op problemen stuiten

encounter resistance

— weerstand ondervinden; op weerstand stuiten

encounter delays

— te maken krijgen met vertragingen; met vertragingen te maken krijgen

encounter wildlife

— wilde dieren tegenkomen; met wilde dieren te maken krijgen

eerste kennismaking of eerste contact


first encounter

— eerste ontmoeting; eerste kennismaking

initial encounter

— eerste ontmoeting; aanvankelijke confrontatie

early encounters

— vroege ontmoetingen; eerste confrontaties

romantische of seksuele ontmoeting


romantic encounter

— romantische ontmoeting

sexual encounter

— seksuele ontmoeting; losse seksuele contact

intimate encounter

— intieme ontmoeting; intieme toenadering

medisch of professioneel contact


patient encounter

— patiëntcontact; consult met een patiënt

clinical encounter

— klinisch contact; consult in de kliniek

encounter data

— contactgegevens; gegevens over contacten

encounter rate

— ontmoetingsfrequentie; contactpercentage

indrukwekkende ontmoeting of ervaring


memorable encounter

— onvergetelijke ontmoeting; gedenkwaardige ontmoeting

meaningful encounter

— betekenisvolle ontmoeting; waardevolle ontmoeting