Vertaling van equip van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

equip

': uitrusten, toerusten, uitvoeren
Transcriptie: [ɪˈkwɪp]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. uitrusten (outfit)
  2. rusten
  3. wapenen (arm)
  4. toerusten
  5. uitvoeren

Voorbeelden

uitrusting, complete uitrusting


 

equip

— uitrusten, uitvoeren
 

equip with

— uitrusten met, voorzien van
 

be equipped with

— uitgerust zijn met, beschikken over

bevoorrading, levering van proviand of materiaal


 

equip someone with supplies

— iemand van proviand voorzien, iemand van materiaal voorzien
 

equip with tools

— van gereedschap voorzien, van gereedschap voorzien
 

equip with spare parts

— met reserveonderdelen bevoorraden, met reserveonderdelen bevoorraden

bewapening of militaire uitrusting


 

equip with weapons

— bewapenen, met wapens uitrusten
 

equip an army

— een leger uitrusten, een leger bewapenen
 

equip troops with ammunition

— troepen van munitie voorzien, troepen van munitie voorzien

voorbereiding, opleiding of het bijbrengen van vaardigheden


 

equip someone to do something

— iemand voorbereiden om iets te doen, iemand trainen
 

equip students with skills

— studenten van vaardigheden voorzien, studenten vaardigheden bijbrengen
 

equip staff to handle emergencies

— personeel voorbereiden op noodsituaties, personeel trainen voor noodsituaties

technische uitrusting, installatie van apparatuur of technologie


 

equip a laboratory

— een laboratorium uitrusten, een laboratorium inrichten
 

equip a building with heating

— een gebouw van verwarming voorzien, een gebouw van een verwarmingssysteem voorzien
 

equip with modern technology

— met moderne technologie uitrusten, met moderne technologie uitrusten

bijwoordelijke en beschrijvende combinaties


 

well equipped

— goed uitgerust, goed toegerust
 

fully equipped

— volledig uitgerust, volledig toegerust
 

poorly equipped

— slecht uitgerust, met onvoldoende uitrusting