Vertaling van evangelist van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

evangelist

': evangelieprediker
Transcriptie: [ɪˈvænʤɪlɪst]

Woordenboekartikel

noun

  1. evangelist m
  2. Evangelisch n (evangelical)
  3. Evangelista n
  4. evangelieprediker

Voorbeelden

prediker


a Christian evangelist

— een christelijke evangelieprediker

an itinerant evangelist

— een rondreizende evangelieprediker

a revival evangelist

— een opwekkingsprediker

evangelist


the evangelist Matthew

— de evangelist Matteüs

the evangelist Mark

— de evangelist Marcus

the evangelist John

— de evangelist Johannes

evangelieprediking


evangelist preaching

— prediking van de evangelist

evangelist meetings

— evangelisatiebijeenkomsten

evangelist work

— evangelisatiewerk

voorvechter


an evangelist for reform

— een voorvechter van hervormingen

an evangelist for change

— een voorvechter van verandering

an evangelist for open source

— een voorvechter van opensource