Vertaling van event van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
event
Woordenboekartikel
noun
- evenement n (incident)
- gebeurtenis f
- voorval n
- event n
- geval n (case)
- afspraak f (arrangement)
- activiteit f (action)
- gebeuren (happening)
- gelegenheid f (case)
- verschijnsel n (phenomenon)
Voorbeelden
evenement, gebeurtenis
event planning
— evenementenplanningcommunity event
— gemeenschapsevenementcorporate event
— bedrijfsevenementfundraising event
— fondsenwervingsevenement; inzamelingsactiespecial event
— bijzondere gebeurtenis; feestelijke gebeurtenisticketed event
— betaald evenement; evenement met toegangskaartenopening event
— openingsgebeurtenis; feestelijke openingincident, voorval
unexpected event
— onverwachte gebeurtenis; onverwacht voorvaladverse event
— ongunstige gebeurtenis; ongewenst voorvalisolated event
— geïsoleerd geval; op zichzelf staand incidentcritical event
— kritieke gebeurtenis; noodsituatietriggering event
— triggerende gebeurtenis; aanleidingprogrammeren of techniek met betrekking tot gebeurtenissen
event handler
— gebeurtenisafhandelaarevent listener
— gebeurtenislistener; gebeurtenishandlerevent-driven architecture
— gebeurtenisgestuurde architectuur; architectuur op basis van gebeurtenissenevent logging
— gebeurtenislogboek; logboek van gebeurtenissenevent stream
— gebeurtenisstroomraise an event
— een gebeurtenis genereren; een gebeurtenis activerengebeurtenis in de wiskunde of kansrekening
elementary event
— elementaire gebeurtenis; elementaire uitkomstcompound event
— samengestelde gebeurtenis; samengestelde uitkomstmutually exclusive events
— wederzijds uitsluitende gebeurtenissenindependent events
— onafhankelijke gebeurtenissenevent space
— gebeurtenisruimte; uitkomstenruimteprobability of an event
— kans op een gebeurtenislevensgebeurtenissen of gedenkwaardige gebeurtenissen
life event
— belangrijke levensgebeurtenis; levensgebeurtenismilestone event
— mijlpaalgebeurtenis; gedenkwaardige gebeurteniscommemorative event
— herdenkingsevenement; plechtige herdenkingfamily event
— familiegebeurtenissocial event
— sociale gebeurtenis; maatschappelijke gebeurtenissportevenement of sportwedstrijd
sporting event
— sportevenement; sportwedstrijdathletic event
— atletiekwedstrijd; atletiekevenementtrack and field event
— baan- en veldatletiekwedstrijd; atletiekonderdeelmain event
— hoofdevenement; hoofdgebeurtenischampionship event
— kampioenschapsevenement; kampioenschapswedstrijd