Vertaling van event van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

event

': evenement, gebeurtenis, voorval, gevolg, afloop
Transcriptie: [ɪˈvent]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. evenement n (incident)
  2. gebeurtenis f
  3. voorval n
  4. event n
  5. geval n (case)
  6. afspraak f (arrangement)
  7. activiteit f (action)
  8. gebeuren (happening)
  9. gelegenheid f (case)
  10. verschijnsel n (phenomenon)

Voorbeelden

evenement, gebeurtenis


 

event planning

— evenementenplanning
 

community event

— gemeenschapsevenement
 

corporate event

— bedrijfsevenement
 

fundraising event

— fondsenwervingsevenement; inzamelingsactie
 

special event

— bijzondere gebeurtenis; feestelijke gebeurtenis
 

ticketed event

— betaald evenement; evenement met toegangskaarten
 

opening event

— openingsgebeurtenis; feestelijke opening

incident, voorval


 

unexpected event

— onverwachte gebeurtenis; onverwacht voorval
 

adverse event

— ongunstige gebeurtenis; ongewenst voorval
 

isolated event

— geïsoleerd geval; op zichzelf staand incident
 

critical event

— kritieke gebeurtenis; noodsituatie
 

triggering event

— triggerende gebeurtenis; aanleiding

programmeren of techniek met betrekking tot gebeurtenissen


 

event handler

— gebeurtenisafhandelaar
 

event listener

— gebeurtenislistener; gebeurtenishandler
 

event-driven architecture

— gebeurtenisgestuurde architectuur; architectuur op basis van gebeurtenissen
 

event logging

— gebeurtenislogboek; logboek van gebeurtenissen
 

event stream

— gebeurtenisstroom
 

raise an event

— een gebeurtenis genereren; een gebeurtenis activeren

gebeurtenis in de wiskunde of kansrekening


 

elementary event

— elementaire gebeurtenis; elementaire uitkomst
 

compound event

— samengestelde gebeurtenis; samengestelde uitkomst
 

mutually exclusive events

— wederzijds uitsluitende gebeurtenissen
 

independent events

— onafhankelijke gebeurtenissen
 

event space

— gebeurtenisruimte; uitkomstenruimte
 

probability of an event

— kans op een gebeurtenis

levensgebeurtenissen of gedenkwaardige gebeurtenissen


 

life event

— belangrijke levensgebeurtenis; levensgebeurtenis
 

milestone event

— mijlpaalgebeurtenis; gedenkwaardige gebeurtenis
 

commemorative event

— herdenkingsevenement; plechtige herdenking
 

family event

— familiegebeurtenis
 

social event

— sociale gebeurtenis; maatschappelijke gebeurtenis

sportevenement of sportwedstrijd


 

sporting event

— sportevenement; sportwedstrijd
 

athletic event

— atletiekwedstrijd; atletiekevenement
 

track and field event

— baan- en veldatletiekwedstrijd; atletiekonderdeel
 

main event

— hoofdevenement; hoofdgebeurtenis
 

championship event

— kampioenschapsevenement; kampioenschapswedstrijd