Vertaling van evidence van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

evidence

': bewijsmateriaal, bewijzen, getuigenis, tonen, bewijsstuk
Transcriptie: [ˈevɪdəns]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. bewijsmateriaal n
  2. bewijzen (proof)
  3. getuigenis n (testimony)
  4. bewijs n (proof)
  5. getuigen (testimony)
  6. blijk
  7. bewijsstuk
  8. bewijsmiddel
  9. klaarblijkelijkheid

verb

  1. tonen
  2. staven
  3. staven met bewijzen
  4. aan de dag leggen

Voorbeelden

juridische of gerechtelijke termen


 

physical evidence

— fysiek bewijsmateriaal
 

circumstantial evidence

— indirect bewijs
 

documentary evidence

— documentair bewijs
 

forensic evidence

— forensisch bewijs; crimineel bewijsmateriaal
 

admissible evidence

— toelaatbaar bewijs
 

exculpatory evidence

— ontlastend bewijs; bewijs van onschuld
 

incriminating evidence

— belastend bewijs; bewijs van schuld
 

credible evidence

— geloofwaardig bewijs; aannemelijke bewijzen

wetenschappelijke of onderzoeksgerelateerde termen


 

empirical evidence

— empirisch bewijs; empirische gegevens
 

statistical evidence

— statistisch bewijs; statistische gegevens
 

experimental evidence

— experimenteel bewijs; resultaten van het experiment
 

anecdotal evidence

— anekdotisch getuigenis; incidentele waarnemingen
 

scientific evidence

— wetenschappelijk bewijs; wetenschappelijke bewijzen
 

peer-reviewed evidence

— peer-reviewed bewijs; bewijs gepubliceerd in peer-reviewed bronnen

algemene of informele uitdrukkingen


 

conclusive evidence

— doorslaggevend bewijs; definitief bewijs
 

inconclusive evidence

— niet-afdoende bewijs; onduidelijk bewijs
 

strong evidence

— sterk bewijs; overtuigend bewijs
 

weak evidence

— zwak bewijs
 

mounting evidence

— toenemend bewijs; groeiende hoeveelheid bewijs
 

lack of evidence

— gebrek aan bewijs
 

compelling evidence

— dwingend bewijs; overtuigend bewijs
 

weight of evidence

— gewicht van het bewijs; geheel van bewijsmateriaal

voorzetsels of samengestelde uitdrukkingen


 

evidence of

— bewijs van; getuigenis van
 

evidence for

— bewijs voor; getuigenis voor
 

evidence against

— bewijs tegen; getuigenis tegen
 

there is evidence that

— er is bewijs dat
 

evidence suggests

— bewijs wijst uit; getuigt ervan dat
 

provide evidence

— bewijs leveren; getuigenissen presenteren
 

gather evidence

— bewijs verzamelen; getuigenissen vergaren
 

evidence-based practice

— op bewijs gebaseerde praktijk; evidence-based praktijk
 

evidence-based medicine

— op bewijs gebaseerde geneeskunde; evidence-based geneeskunde