Vertaling van exit van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

exit

': uitgang, uitgaan, uitweg, heengaan, aftreden
Transcriptie: [ˈegzɪt]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. afsluiten (quit)
  2. sluiten
  3. verlaten (quit)
  4. verlaat (quit)
  5. afgesloten (quit)
  6. beëindigen (end, quit)
  7. stoppen
  8. af (quit)
  9. vertrek n (departure)
  10. weggaan (leave)

noun

  1. uitgang m (departure, output)
  2. output m
  3. uitstappen (leave)
  4. beëindigd (end)
  5. uitkomen (come)
  6. uitweg
  7. dood

Voorbeelden

fysieke uitgang of uitgangspunt


 

exit door

— uitgangsdeur; deur naar buiten
 

emergency exit

— nooduitgang; vluchtuitgang
 

main exit

— hoofduitgang
 

back exit

— achteruitgang; nooduitgang
 

side exit

— zijuitgang
 

exit gate

— uitgangspoort; poort voor uitgang
 

exit ramp

— afrit van de snelweg; afrit van de autosnelweg
 

exit lane

— afritstrook; strook voor afrit
 

exit route

— uitgangsroute; evacuatieroute

borden en aanwijzingen


 

exit sign

— uitgangsbord; uitgangsindicator
 

exit only

— alleen uitgang; alleen voor uitgang
 

keep exit clear

— uitgang vrijhouden; uitgang niet blokkeren
 

fire exit

— branduitgang; uitgang bij brand
 

marked exit

— aangegeven uitgang; gemarkeerde uitgang

acties met betrekking tot uitgang


 

to exit the building

— het gebouw verlaten; het gebouw uitgaan
 

to exit the room

— de kamer verlaten; de kamer uitgaan
 

to exit the highway

— de snelweg afrijden; de autosnelweg verlaten
 

to exit the stage

— het podium verlaten; van het podium afgaan
 

to exit the program

— het programma verlaten; het programma afsluiten
 

exit gracefully

— netjes afsluiten; waardig vertrekken

computer- en technische termen


 

exit code

— exitcode; afsluitcode
 

exit status

— exitstatus; afsluitcode
 

exit command

— exitcommando; afsluitcommando
 

exit button

— exitsknop; afsluitknop
 

forced exit

— gedwongen afsluiting; geforceerde sluiting

zaken, politiek of financiën


 

exit strategy

— exitstrategie; uittredingsstrategie
 

exit plan

— exitsplan; uittredingsplan
 

exit interview

— uitstapgesprek; vertrekinterview
 

exit poll

— exitspeiling; opiniepeiling bij stembureau
 

exit fee

— uittredingsvergoeding; vertrekvergoeding
 

exit tax

— vertrekbelasting; belasting bij vertrek

transport, luchtvaart en geneeskunde


 

exit row

— nooduitgangsrij; rij bij nooduitgang
 

emergency exit row

— rij bij nooduitgang; rij naast nooduitgang
 

exit wound

— uitschotwond; uitgangswond
 

exit ramp sign

— afritbord; bord voor afrit van snelweg

idiomen en overdrachtelijke betekenissen


 

exit stage left

— het podium aan de linkerkant verlaten; snel vertrekken
 

make a quick exit

— snel vertrekken; haastig weggaan
 

forced exit

— gedwongen vertrek; gedwongen uitsluiting
 

exit strategy (в переносном смысле)

— exitstrategie; manier om uit een situatie te komen