Vertaling van factor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

factor

': factor, agent
Transcriptie: [ˈfæktə]

Woordenboekartikel

noun

  1. factor f (aspect)
  2. sleutelfactor m (key factor)
  3. aspect n (aspect)
  4. agent

Voorbeelden

algemene factoren, kwaliteiten


 

factor

— factor
 

key factor

— sleutelfactor
 

critical factor

— kritieke factor
 

major factor

— belangrijkste factor
 

deciding factor

— beslissende factor
 

determining factor

— bepalende factor
 

influential factor

— invloedrijke factor
 

human factor

— menselijke factor

oorzaak, invloed of bijdrage


 

causal factor

— causale factor
 

contributing factor

— bijdragende factor
 

increasing factor

— versterkende factor
 

reducing factor

— verminderende factor
 

contributing cause

— bijdragende oorzaak

geneeskunde, biologie of epidemiologie


 

risk factor

— risicofactor
 

growth factor

— groeifactor
 

clotting factor

— stollingsfactor
 

transcription factor

— transcriptiefactor
 

immune factor

— immunologische factor
 

genetic factor

— genetische factor
 

infectious factor

— infectieuze factor
 

environmental factor

— omgevingsfactor

wiskunde, algebra of statistiek


 

prime factor

— priemfactor
 

common factor

— gemeenschappelijke factor
 

greatest common factor

— grootste gemene deler
 

factorization

— factorisatie
 

factor analysis

— factoranalyse
 

multiplicative factor

— vermenigvuldigingsfactor
 

scale factor

— schaalfactor

economie, zaken of industrie


 

factor of production

— productiefactor
 

cost factor

— kostenfactor
 

market factor

— marktfactor
 

productivity factor

— productiviteitsfactor
 

external factor

— externe factor

techniek, veiligheid of technologie


 

safety factor

— veiligheidsfactor
 

load factor

— belastingsfactor
 

stress concentration factor

— spanningsconcentratiefactor
 

design factor

— ontwerpfactor