Vertaling van falter van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

falter

': wankelen, haperen, struikelen, weifelen, strompelen
Transcriptie: [ˈfɔːltə]

Woordenboekartikel

verb

  1. wankelen
  2. haperen
  3. struikelen
  4. weifelen
  5. strompelen
  6. stamelen
  7. stotteren

noun

  1. Falter m

Voorbeelden

twijfel of gebrek aan zelfvertrouwen


 

to falter

— weifelen; zijn zelfvertrouwen verliezen
 

to falter in one's resolve

— weifelen in zijn voornemen; aan zijn besluit twijfelen
 

to falter momentarily

— een moment weifelen; even aarzelen
 

not falter

— niet weifelen; zelfverzekerd blijven
 

without faltering

— zonder weifelen; zonder aarzeling

spraak of stem


 

falter in speech

— stamelen in zijn spraak; onzeker spreken
 

voice faltered

— zijn stem haperde; zijn stem trilde
 

his voice faltered

— zijn stem haperde

beweging, fysieke wankelheid


 

faltering steps

— wankele stappen; onzekere stappen
 

to falter and stumble

— wankelen en struikelen; strompelen

onder druk of in moeilijke situaties


 

to falter under pressure

— bezwijken onder druk; de druk niet aankunnen
 

to falter at the first hurdle

— weifelen bij de eerste hindernis; problemen ondervinden in de eerste fase

economie, zaken, resultaten


 

faltering economy

— verzwakkende economie; economie in verval
 

the company faltered

— het bedrijf wankelde; het bedrijf kreeg moeilijkheden
 

sales faltered

— de verkoop daalde; de verkoop liep terug

hoop, geloof, emoties


 

hope faltered

— de hoop verzwakte; de hoop wankelde
 

faith faltered

— het geloof wankelde; het geloof verzwakte
 

faltering smile

— aarzelende glimlach; zwakke glimlach

pogingen, acties


 

faltering attempt

— mislukte poging; onzekere poging
 

to falter in negotiations

— weifelen in onderhandelingen; zijn zelfvertrouwen verliezen tijdens onderhandelingen