Vertaling van feel van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

feel

': voelen, aanvoelen, gevoelen, tasten, betasten
Transcriptie: [fiːl]

Woordenboekartikel

verb (felt, felt)

  1. voelen (feeling)
  2. aanvoelen (feeling)
  3. betasten
  4. gevoel n (feeling)
  5. denken (believe)
  6. mening f (believe)
  7. voelbaar (felt)
  8. ervaren (perceive)
  9. ervaar (enjoy)
  10. ervaart (enjoy)

noun

  1. uitstraling f (look)
  2. sfeer m (mood)
  3. menen (believe)

Voorbeelden

Fysieke gewaarwordingen


 

feel cold

— kou voelen
 

feel hot

— hitte voelen
 

feel warm

— warmte voelen
 

feel pain

— pijn voelen
 

feel a twinge

— een steek voelen
 

feel numb

— gevoelloosheid voelen
 

feel dizzy

— duizeligheid voelen
 

feel nauseous

— misselijkheid voelen
 

feel stiff

— stijfheid voelen
 

feel sore

— pijnlijk aanvoelen; zeer doen

Emoties of toestanden


 

feel happy

— zich gelukkig voelen
 

feel sad

— verdriet voelen; zich verdrietig voelen
 

feel anxious

— angst voelen; ongerust zijn
 

feel calm

— kalmte voelen; zich kalm voelen
 

feel jealous

— jaloezie voelen; afgunst voelen
 

feel proud

— trots voelen; trots zijn
 

feel lonely

— zich eenzaam voelen

Mening, indruk of overtuiging


 

feel that ...

— van mening zijn dat; denken dat; het gevoel hebben dat
 

feel like (seems)

— lijken; de indruk wekken
 

feel sure

— zeker zijn; het vertrouwen hebben
 

feel doubtful

— twijfelen; onzeker zijn

Verlangen of neiging


 

feel like doing something

— zin hebben om iets te doen
 

feel like something

— zin hebben in iets
 

feel up to something

— in staat zijn om iets te doen; er de kracht voor hebben
 

don't feel like it

— er geen zin in hebben
 

feel tempted

— zich verleid voelen; geneigd zijn

Medeleven, compassie of zorg


 

feel for someone

— met iemand meeleven; met iemand te doen hebben
 

feel sorry for

— medelijden hebben met; met iemand te doen hebben
 

feel concerned

— zich zorgen maken; ongerust zijn

Comfort of thuishoren


 

feel at home

— zich thuis voelen; zich op zijn gemak voelen
 

feel at ease

— zich op zijn gemak voelen; zich ongedwongen voelen
 

feel accepted

— zich aanvaard voelen; acceptatie voelen

Beoordeling, waarneming of impact


 

feel the effects

— de gevolgen voelen; de effecten merken
 

feel the difference

— het verschil voelen; het verschil merken
 

feel the impact

— de impact voelen; de invloed merken
 

feel the need

— de behoefte voelen; behoefte hebben

Phrasal verbs of idiomen


 

feel up

— betasten; lastigvallen
 

feel out

— de situatie peilen; de stemming polsen
 

feel someone out

— iemand peilen; iemands houding proberen te achterhalen
 

feel it out

— het te voelen; op gevoel afgaan
 

feel like oneself

— weer zichzelf voelen; weer de oude zijn

Aanraking of textuur


 

feel smooth

— glad aanvoelen
 

feel rough

— ruw aanvoelen
 

feel soft

— zacht aanvoelen
 

feel hard

— hard aanvoelen