Vertaling van feel van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
feel
Woordenboekartikel
verb (felt, felt)
- voelen (feeling)
- aanvoelen (feeling)
- betasten
- gevoel n (feeling)
- denken (believe)
- mening f (believe)
- voelbaar (felt)
- ervaren (perceive)
- ervaar (enjoy)
- ervaart (enjoy)
noun
- uitstraling f (look)
- sfeer m (mood)
- menen (believe)
Voorbeelden
Fysieke gewaarwordingen
feel cold
— kou voelenfeel hot
— hitte voelenfeel warm
— warmte voelenfeel pain
— pijn voelenfeel a twinge
— een steek voelenfeel numb
— gevoelloosheid voelenfeel dizzy
— duizeligheid voelenfeel nauseous
— misselijkheid voelenfeel stiff
— stijfheid voelenfeel sore
— pijnlijk aanvoelen; zeer doenEmoties of toestanden
feel happy
— zich gelukkig voelenfeel sad
— verdriet voelen; zich verdrietig voelenfeel anxious
— angst voelen; ongerust zijnfeel calm
— kalmte voelen; zich kalm voelenfeel jealous
— jaloezie voelen; afgunst voelenfeel proud
— trots voelen; trots zijnfeel lonely
— zich eenzaam voelenMening, indruk of overtuiging
feel that ...
— van mening zijn dat; denken dat; het gevoel hebben datfeel like (seems)
— lijken; de indruk wekkenfeel sure
— zeker zijn; het vertrouwen hebbenfeel doubtful
— twijfelen; onzeker zijnVerlangen of neiging
feel like doing something
— zin hebben om iets te doenfeel like something
— zin hebben in ietsfeel up to something
— in staat zijn om iets te doen; er de kracht voor hebbendon't feel like it
— er geen zin in hebbenfeel tempted
— zich verleid voelen; geneigd zijnMedeleven, compassie of zorg
feel for someone
— met iemand meeleven; met iemand te doen hebbenfeel sorry for
— medelijden hebben met; met iemand te doen hebbenfeel concerned
— zich zorgen maken; ongerust zijnComfort of thuishoren
feel at home
— zich thuis voelen; zich op zijn gemak voelenfeel at ease
— zich op zijn gemak voelen; zich ongedwongen voelenfeel accepted
— zich aanvaard voelen; acceptatie voelenBeoordeling, waarneming of impact
feel the effects
— de gevolgen voelen; de effecten merkenfeel the difference
— het verschil voelen; het verschil merkenfeel the impact
— de impact voelen; de invloed merkenfeel the need
— de behoefte voelen; behoefte hebbenPhrasal verbs of idiomen
feel up
— betasten; lastigvallenfeel out
— de situatie peilen; de stemming polsenfeel someone out
— iemand peilen; iemands houding proberen te achterhalenfeel it out
— het te voelen; op gevoel afgaanfeel like oneself
— weer zichzelf voelen; weer de oude zijnAanraking of textuur
feel smooth
— glad aanvoelenfeel rough
— ruw aanvoelenfeel soft
— zacht aanvoelenfeel hard
— hard aanvoelen