Vertaling van flag van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

flag

': vlag, dundoek, lis, vaan, bevlaggen
Transcriptie: [flæg]

Woordenboekartikel

noun

  1. vlag f (banner, mark)
  2. markering f
  3. Flag m
  4. dundoek
  5. lis
  6. vaan

verb

  1. markeren (mark)
  2. vinken (check)
  3. bevlaggen
  4. met vlaggen versieren
  5. seinen met vlaggen
  6. met plavuizen bevloeren
  7. slap neerhangen
  8. lusteloos worden
  9. kwijnen
  10. vervlauwen

Voorbeelden

fysieke vlaggen of voorwerpen


 

flagpole

— vlaggenmast
 

national flag

— nationale vlag
 

state flag

— staatsvlag
 

ensign

— vaandel; vlag
 

banner flag

— standaard; vaandel

hijsen of strijken, tonen van de vlag


 

raise the flag

— de vlag hijsen
 

lower the flag

— de vlag strijken
 

hoist the flag

— de vlag hijsen
 

fly the flag

— de vlag voeren
 

flag at half-mast

— vlag halfstok
 

plant a flag

— een vlag planten

markeren of aanduiden


 

flag an email

— een e-mail markeren
 

flag for review

— markeren voor controle
 

flag as important

— als belangrijk markeren
 

feature flag

— featurevlag
 

command-line flag

— commandoregeloptie

signalen of waarschuwingen


 

red flag

— rode vlag; alarmsignaal
 

yellow flag

— gele vlag; waarschuwing
 

warning flag

— waarschuwingsvlag
 

raise a red flag

— een rode vlag ophangen; alarm slaan

verlies van energie of interesse


 

to flag

— verflauwen; kracht verliezen
 

flagging interest

— tanende interesse
 

spirits began to flag

— de krachten begonnen te verzwakken; de stemming begon te dalen

sport, jurisdictie of officiële termen


 

penalty flag

— strafvlag
 

flag football

— flagvoetbal
 

flag bearer

— vaandeldrager
 

flag state

— vlaggenstaat
 

flag of convenience

— goedkope vlag; vlag van gemak