Vertaling van give van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

give

': geven, verlenen, opgeven, schenken, meegeven
Transcriptie: [gɪv]

Woordenboekartikel

verb (gave, given)

  1. geven (provide)
  2. opgeven (provide)
  3. schenken (offer, donate)
  4. verlenen (provide)
  5. meegeven
  6. krijgen (get)
  7. bieden (offer)
  8. zorgen (provide)
  9. leveren (provide, bring)
  10. bezorgen

noun

  1. veerkracht

Voorbeelden

geven, overhandigen


give a gift

— een cadeau geven

give a present

— een presentje geven

give advice

— advies geven

give permission

— toestemming geven

give someone a hand

— iemand een handje helpen

give a hug

— een knuffel geven

give a smile

— een glimlach geven

give a speech

— een toespraak houden

opgeven, toegeven


give up

— opgeven

give up smoking

— stoppen met roken

give in

— toegeven

give in to temptation

— toegeven aan verleiding

give up on someone

— iemand opgeven

weggeven, uitdelen, verklappen


give away

— weggeven, uitdelen, verklappen

give out

— uitdelen, opraken

give back

— teruggeven

give someone back

— iemand teruggeven

afgeven, uitstralen


give off

— afgeven, uitstralen

give off a smell

— een geur afgeven

give off heat

— warmte afgeven

de indruk wekken


give the impression

— iemand negeren

give someone the cold shoulder

— iemand het leven zuur maken

give someone a hard time

— iemand de eer geven

give someone credit

— aanleiding geven tot bezorgdheid

give cause for concern

— iemand bellen

iemand een belletje geven


give someone a call

— iemand een belletje geven

give someone a ring

— opzeggen, aankondigen

give notice

— iemand het nieuws vertellen

give someone the news

— het leven schenken aan

aanleiding geven tot


give birth

— bezwijken, plaatsmaken

give rise to

— plaatsmaken voor

give way

— wijken; bezwijken

give way to

— plaatsmaken voor; overgaan in