Vertaling van glance van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

glance

': oogopslag, blik, kijken, glans, blik werpen op
Transcriptie: [glɑːns]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. oogopslag m (sight)
  2. blik m (stare)
  3. kijkje n (glimpse)
  4. glans
  5. schampschot
  6. flikkering

verb

  1. kijken (see)
  2. gezicht n (sight)
  3. oog n (sight)
  4. werpen (cast)
  5. blik werpen op
  6. schitteren
  7. afschampen
  8. glinsteren
  9. blinken
  10. oogopslag werpen

Voorbeelden

zelfstandige naamwoorden die een soort blik beschrijven


 

a fleeting glance

— een vluchtige blik
 

a cursory glance

— een oppervlakkige blik
 

a quick glance

— een snelle blik
 

a brief glance

— een korte blik
 

a passing glance

— een vluchtige blik
 

a furtive glance

— een heimelijke blik; een steels blik
 

a sideways glance

— een blik opzij; een schuine blik
 

a lingering glance

— een langdurige blik; een smachtende blik
 

a meaningful glance

— een veelbetekenende blik; een sprekende blik
 

a knowing glance

— een veelzeggende blik
 

a glance of recognition

— een blik van herkenning
 

a glance of disapproval

— een blik van afkeuring
 

a longing glance

— een verlangende blik; een smachtende blik

werkwoorden met glance, zinnen met voorzetsels


 

to glance at

— een blik werpen op; opkijken naar
 

to glance over

— vluchtig doornemen; in zijn geheel bekijken
 

to glance through

— doorbladeren; vluchtig bekijken
 

to glance up

— de blik opheffen; omhoogkijken
 

to glance down

— de blik neerslaan; naar beneden kijken
 

to glance around

— rondkijken; om zich heen kijken
 

to glance toward

— in de richting van kijken; een blik werpen in de richting van
 

to glance across

— kijken over; een blik werpen over
 

to glance back

— omkijken; achterom kijken

handelingen en combinaties met het werkwoord glance


 

steal a glance

— een steels blik werpen; heimelijk een blik werpen
 

cast a glance

— een blik werpen; een blik laten vallen
 

give someone a glance

— iemand een blik toewerpen; naar iemand kijken
 

take a glance

— een blik werpen; vluchtig bekijken
 

have a quick glance

— snel kijken; vluchtig bekijken
 

shoot someone a glance

— iemand een blik toewerpen; iemand een blik werpen
 

throw someone a glance

— iemand een blik toewerpen
 

take a second glance

— een tweede blik werpen; nog eens kijken

idiomen en vaste uitdrukkingen met glance, of contextuele uitdrukkingen


 

at a glance

— op het eerste gezicht; in één oogopslag
 

at first glance

— op het eerste gezicht
 

without a second glance

— zonder nog een blik; zonder een tweede blik
 

not worth a second glance

— geen tweede blik waard zijn
 

with a glance

— met één blik; met een enkele blik duidelijk