Vertaling van god van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

god

': god, godheid, afgod
Transcriptie: [gɒd]

Woordenboekartikel

noun

  1. God m (deity)
  2. godheid f (deity)
  3. heer m
  4. afgod

Voorbeelden

God


God's will

— Gods wil

God bless you

— God zegene u

the word of God

— het woord van God

the house of God

— het huis van God

Godheid


a Greek god

— een Griekse god

the god of war

— de god van de oorlog

a river god

— een riviergod

the gods of Olympus

— de goden van de Olympus

Opperwezen


believe in God

— in God geloven

trust God

— op God vertrouwen

God knows

— God weet

God forbid

— God verhoede

Afgod


make a god of money

— een afgod van geld maken

a false god

— een valse god

the god of fashion

— de afgod van de mode