Vertaling van gospel van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

gospel

': blijde boodschap
Transcriptie: [ˈgɒspəl]

Woordenboekartikel

noun

  1. evangelie n (gospel message)
  2. blijde boodschap

Voorbeelden

evangelie


the Gospel of John

— het evangelie van Johannes

the Gospel of Matthew

— het evangelie van Matteüs

the four Gospels

— de vier evangelies

preach the gospel

— het evangelie prediken

the gospel message

— de evangelieboodschap

blijde boodschap


spread the gospel

— de blijde boodschap verspreiden

hear the gospel

— de blijde boodschap horen

accept the gospel

— de blijde boodschap aanvaarden

the gospel truth

— de waarheid als evangelie

gospel witness

— evangelisch getuigenis

evangelie in de naam


the Gospel according to Luke

— het evangelie volgens Lucas

the Gospel of Mark

— het evangelie van Marcus

read the Gospel

— het evangelie lezen

study the Gospel

— het evangelie bestuderen

evangelisch


gospel values

— evangelische waarden

gospel teaching

— evangelisch onderwijs

gospel faith

— evangelisch geloof

gospel tradition

— evangelische traditie