Vertaling van grandson van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

grandson

': kleinzoon, kleinkind
Transcriptie: [ˈgrænsʌn]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. kleinzoon m (grandchild)
  2. kleinkind

Voorbeelden

verwantschap


 

my grandson

— mijn kleinzoon
 

their grandson

— hun kleinzoon
 

eldest grandson

— oudste kleinzoon
 

grandson and granddaughter

— kleinzoon en kleindochter

familiebetrekkingen


 

grandson of the family

— de kleinzoon van de familie
 

grandson of a farmer

— de kleinzoon van een boer
 

grandson of immigrants

— de kleinzoon van immigranten
 

grandson from his first marriage

— de kleinzoon uit zijn eerste huwelijk

vermelding in gesprek


 

a proud grandson

— een trotse kleinzoon
 

his little grandson

— zijn kleine kleinzoon
 

the grandson said

— de kleinzoon zei
 

the grandson asked

— de kleinzoon vroeg