Vertaling van group van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

group

': groep, groepering, groeperen, groeperend, groeps-
Transcriptie: [gruːp]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. groep f (team, faction)
  2. groepering f
  3. collectief n (collective)
  4. bundelen (aggregate)
  5. groepsitems f
  6. groepsopdrachten f
  7. groepsspel n

verb

  1. groeperen (organize)

adjective

  1. groeperend
  2. groeps-

Voorbeelden

collectief, groep mensen of organisatie


 

age group

— leeftijdsgroep
 

study group

— studiegroep
 

support group

— steungroep
 

focus group

— focusgroep
 

interest group

— belangengroep; belangengroepering
 

pressure group

— pressiegroep; lobbygroep
 

ethnic group

— etnische groep
 

peer group

— peergroep; groep leeftijdsgenoten
 

user group

— gebruikersgroep; gebruikersgemeenschap
 

workgroup

— werkgroep
 

community group

— gemeenschapsgroep; lokale gemeenschap

samenvoegen, groeperen of sorteren


 

to group together

— samen groeperen; in groepen verenigen
 

group items

— items groeperen; elementen groeperen
 

group by

— groeperen op; sorteren op groepen
 

group into

— verdelen in groepen; indelen in groepen
 

grouping mechanism

— groepeermechanisme
 

group assignment

— groepsindeling; toewijzing aan groepen

academisch werk, discussie of projecten


 

group project

— groepsproject
 

group presentation

— groepspresentatie
 

group study

— groepsstudie; gezamenlijk leren
 

group discussion

— groepsdiscussie; discussie in de groep
 

group assignment

— groepsopdracht

sociale dynamiek, psychologie of gedrag


 

group dynamics

— groepsdynamiek
 

groupthink

— groepsdenken
 

group cohesion

— groepssamenhang; groepscohesie
 

group identity

— groepsidentiteit; identiteit van de groep
 

group behavior

— groepsgedrag
 

group norm

— groepsnorm

bedrijf, financiën of verzekering


 

group of companies

— groep van bedrijven; holding
 

group insurance

— groepsverzekering
 

group rate

— groepstarief; groepspercentage
 

group purchasing

— gezamenlijke inkoop; collectieve inkoop
 

group account

— groepsrekening; collectieve rekening
 

group policy

— groepsbeleid; bedrijfsbeleid

technologie, communicatie of programmeren


 

group chat

— groepschat; chat van de groep
 

group permission

— groepsrechten; rechten van de groep
 

group by

— groeperen op; groepering op
 

group owner

— groepseigenaar; leider van de groep
 

user group

— gebruikersgroep; gebruikersgemeenschap

foto, muziek, sport of evenementen


 

group photo

— groepsfoto
 

music group

— muziekgroep; ensemble
 

rock group

— rockgroep
 

group stage

— groepsfase
 

group ticket

— groepsbiljet; ticket voor de groep
 

group performance

— groepsoptreden