Vertaling van group van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
group
Woordenboekartikel
noun
- groep f (team, faction)
- groepering f
- collectief n (collective)
- bundelen (aggregate)
- groepsitems f
- groepsopdrachten f
- groepsspel n
verb
- groeperen (organize)
adjective
- groeperend
- groeps-
Voorbeelden
collectief, groep mensen of organisatie
age group
— leeftijdsgroepstudy group
— studiegroepsupport group
— steungroepfocus group
— focusgroepinterest group
— belangengroep; belangengroeperingpressure group
— pressiegroep; lobbygroepethnic group
— etnische groeppeer group
— peergroep; groep leeftijdsgenotenuser group
— gebruikersgroep; gebruikersgemeenschapworkgroup
— werkgroepcommunity group
— gemeenschapsgroep; lokale gemeenschapsamenvoegen, groeperen of sorteren
to group together
— samen groeperen; in groepen verenigengroup items
— items groeperen; elementen groeperengroup by
— groeperen op; sorteren op groepengroup into
— verdelen in groepen; indelen in groepengrouping mechanism
— groepeermechanismegroup assignment
— groepsindeling; toewijzing aan groepenacademisch werk, discussie of projecten
group project
— groepsprojectgroup presentation
— groepspresentatiegroup study
— groepsstudie; gezamenlijk lerengroup discussion
— groepsdiscussie; discussie in de groepgroup assignment
— groepsopdrachtsociale dynamiek, psychologie of gedrag
group dynamics
— groepsdynamiekgroupthink
— groepsdenkengroup cohesion
— groepssamenhang; groepscohesiegroup identity
— groepsidentiteit; identiteit van de groepgroup behavior
— groepsgedraggroup norm
— groepsnormbedrijf, financiën of verzekering
group of companies
— groep van bedrijven; holdinggroup insurance
— groepsverzekeringgroup rate
— groepstarief; groepspercentagegroup purchasing
— gezamenlijke inkoop; collectieve inkoopgroup account
— groepsrekening; collectieve rekeninggroup policy
— groepsbeleid; bedrijfsbeleidtechnologie, communicatie of programmeren
group chat
— groepschat; chat van de groepgroup permission
— groepsrechten; rechten van de groepgroup by
— groeperen op; groepering opgroup owner
— groepseigenaar; leider van de groepuser group
— gebruikersgroep; gebruikersgemeenschapfoto, muziek, sport of evenementen
group photo
— groepsfotomusic group
— muziekgroep; ensemblerock group
— rockgroepgroup stage
— groepsfasegroup ticket
— groepsbiljet; ticket voor de groepgroup performance
— groepsoptreden