Vertaling van gun van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

gun

': geweer, schieten, jachtgeweer, roer, jager
Transcriptie: [gʌn]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. geweer n
  2. schieten
  3. gun m (pistol, rifle, weapon)
  4. pistool n
  5. kanon n
  6. wapen n (weapon)
  7. machinegeweer n (machinegun)
  8. jachtgeweer
  9. roer
  10. jager

Voorbeelden

soorten wapens, modellen of voorwerpen


 

handgun

— handvuurwapen; pistool
 

shotgun

— jachtgeweer; hagelgeweer
 

machine gun

— machinegeweer
 

submachine gun

— machinepistool
 

water gun

— waterpistool
 

toy gun

— speelgoedpistool
 

bb gun

— luchtbuks; luchtpistool
 

flare gun

— seinpistool
 

starter gun

— startpistool
 

antique gun

— antiek wapen; antiek pistool

handelingen met een wapen, werkwoorden


 

draw a gun

— een pistool trekken
 

fire a gun

— een wapen afvuren
 

shoot a gun

— een wapen afschieten
 

load a gun

— een wapen laden
 

unload a gun

— een wapen laden
 

aim a gun

— een wapen richten
 

point a gun at

— een pistool richten op
 

cock a gun

— de hamer spannen
 

holster a gun

— een pistool in de holster steken
 

brandish a gun

— met een pistool zwaaien
 

clean a gun

— een wapen schoonmaken

idiomen of informele uitdrukkingen


 

stick to your guns

— standvastig blijven
 

under the gun

— onder druk staan
 

put a gun to someone's head

— iemand onder druk zetten
 

have a gun to one's head

— gedwongen zijn
 

gun for someone

— het op iemand gemunt hebben
 

a loaded gun

— een geladen pistool

juridisch of bezit


 

carry a gun

— een wapen dragen
 

own a gun

— een wapen bezitten
 

gun owner

— wapenbezitter
 

gun control

— wapenbeheersing
 

gun laws

— wapenwetgeving
 

gun license

— wapenvergunning

onderdelen van een wapen of constructie


 

gun barrel

— geweerloop
 

gun sight

— vizier
 

gun stock

— geweerkolf
 

gun safety

— veiligheidspal
 

gun trigger

— trekker

militaire of politiecombinaties


 

gun battle

— vuurgevecht
 

gunfire

— geweervuur
 

gun crew

— kanonbemanning
 

gun salute

— kanonsalut
 

gun turret

— geschutskoepel

sport of jacht


 

shooting with a shotgun

— schieten met een hagelgeweer
 

gun dog

— jachthond
 

gun season

— jachtseizoen

werkwoord to gun, versnellen of metaforen


 

gun the engine

— het gaspedaal intrappen
 

gun down

— neerschieten
 

gun someone down

— iemand neerschieten