Vertaling van habit van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
habit
Transcriptie: [ˈhæbɪt]
Woordenboekartikel
noun
- gewoonte f (tradition)
- verslaving f (addiction)
- hebbelijkheid
- aanwensel
- lichaamsbouw
- karakteristieke trek
verb
- kleden
Voorbeelden
gewoonte als gedrag, regelmatige handeling
bad habit
— slechte gewoontegood habit
— goede gewoontedaily habit
— dagelijkse gewoontemorning habit
— ochtendgewoonteold habit
— oude gewoontenew habit
— nieuwe gewoontegewoonte aanleren of afleren
form a habit
— een gewoonte aannemenget into the habit of
— de gewoonte aannemen omfall into the habit of
— in de gewoonte vervallen ombreak a habit
— een gewoonte aflerenkick the habit
— een slechte gewoonte aflerengive up a habit
— een gewoonte opgevenvaste uitdrukkingen of idiomen
in the habit of
— de gewoonte hebben omout of habit
— uit gewoontehave a habit of
— de gewoonte hebben omold habits die hard
— oude gewoontes verdwijnen moeilijkcreature of habit
— gewoontemensgewoontes met betrekking tot gezondheid of verslaving
habit-forming
— verslavendsmoking habit
— rookgewoontedrinking habit
— drinkgewoontedrug habit
— drugsverslavingmonastieke of religieuze kleding
nun's habit
— nonnenhabijtreligious habit
— religieus habijt