Vertaling van habit van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

habit

': gewoonte, hebbelijkheid, aanwensel, lichaamsbouw, kleden
Transcriptie: [ˈhæbɪt]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. gewoonte f (tradition)
  2. verslaving f (addiction)
  3. hebbelijkheid
  4. aanwensel
  5. lichaamsbouw
  6. karakteristieke trek

verb

  1. kleden