Vertaling van half van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
half
Transcriptie: [hɑːf]
Woordenboekartikel
noun
- helft m (half past)
- half n
- semester
- deel
- partij
adjective
- half-
- halve-
- gedeeltelijk
- onvoul
- partieel
Voorbeelden
hoeveelheid of breuk
half a cup
— een half kopjehalf a litre
— een halve literhalf of them
— de helft van henhalf the time
— de helft van de tijdhalf a loaf
— een half broodtijd of tijdsinterval
half an hour
— een half uurhalf past six
— half zevenhalf-time
— rustpauze; pauze tussen de helftensamengestelde woorden, bijvoeglijke naamwoorden of zelfstandige naamwoorden
half-hearted
— halfhartig; lauw; aarzelendhalf-baked
— onuitgewerkt; halfgaar ideehalf-brother
— halfbroerhalf-sister
— halfzushalf-price
— voor de halve prijshandeling, verdeling of resultaat
in half
— in tweeën; in twee delencut in half
— doormidden snijdensplit in half
— in tweeën splitsenbreak in half
— in tweeën brekenidiomen, uitdrukkingen of wendingen
half the battle
— het halve werkhalf-heartedly
— zonder enthousiasme; met tegenzinat half-mast
— halfstokhalf as much
— half zoveel; de helftvergelijking, mate of voornemen
half as... as
— half zo... als; de helft minderhalf a mind
— bijna van plan; geneigd zijn