Vertaling van hand van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

hand

': hand-, hand, overhandigen, handje, macht
Transcriptie: [hænd]

Woordenboekartikel

noun

  1. hand f
  2. kant m (part)
  3. handje
  4. macht
  5. zijde
  6. hulp
  7. naald
  8. zij
  9. gezag
  10. voorpoot

verb

  1. overhandigen (pass)
  2. doorgeven (pass)
  3. overgeven (give)
  4. aanreiken
  5. aangeven

adjective

  1. hand-

Voorbeelden

 

left hand

— linkerhand
 

right hand

— rechterhand
 

injured hand

— gewonde hand
 

cold hand

— koude hand
 

trembling hand

— trillende hand
 

strong hand

— sterke hand
 

raise a hand

— een hand opsteken
 

shake hands

— handen schudden
 

wave a hand

— met de hand zwaaien
 

hold hands

— elkaars hand vasthouden
 

wash hands

— handen wassen
 

clap hands

— in de handen klappen
 

skilled hand

— handige handen
 

steady hand

— vaste hand
 

hand movement

— handbeweging
 

hand coordination

— handcoördinatie
 

hand control

— handbediening
 

hand technique

— handtechniek
 

hand delivery

— handbezorging
 

hand gesture

— handgebaar
 

hand signal

— handssein
 

hand tool

— handgereedschap
 

hand grip

— handgreep
 

helping hand

— helpende hand
 

guiding hand

— leidende hand
 

firm hand

— stevige hand
 

invisible hand

— onzichtbare hand
 

hand of fate

— hand van het lot
 

hand in hand

— hand in hand
 

hired hand

— handarbeider
 

on the other hand

— anderzijds
 

I'll have no hand in it

— ik wil er geen vinger naar uitsteken
 

give me a hand with the dishes

— help me even met de afwas
 

at hand

— bij de hand
 

to send by hand

— per bode sturen
 

to live from hand to mouth

— van de hand in de tand leven
 

to be hand and glove

— maatjes zijn
 

to change hands

— van eigenaar wisselen
 

to hand it to somebody

— iemand een pluim geven
 

hand back

— teruggeven