Vertaling van hang van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
hang
Woordenboekartikel
verb (hanged/hung, hanged/hung)
- hangen (hover, hanging, hang around)
- ophangen
- rondhangen
- opgehangen (hanging)
- vastlopen (crash)
- verbreekt (disconnect)
- vasthouden (cling)
- reageert (crash)
- opknopen
- vastmaken
noun
- doorbrengen
- aard
Voorbeelden
fysiek ophangen of vastmaken
hang a picture
— een schilderij ophangenhang from the ceiling
— aan het plafond hangen; van het plafond hangenhang clothes on a line
— kleren aan een lijn hangen; was ophangenhang on a hook
— aan een haak hangenhang by a rope
— aan een touw hangenhet gesprek beëindigen of de hoorn neerleggen
hang up
— ophangen; de hoorn neerleggenhang up on someone
— iemand afsnauwen; de hoorn erop gooienhang up the phone
— de telefoon neerleggentijd doorbrengen, rondhangen of lanterfanten
hang out
— rondhangen; tijd doorbrengenhang around
— rondhangen; lanterfantenhang with
— omgaan met; optrekken methang about
— rondhangen; lanterfantenwachten, volhouden of niet opgeven
hang on
— wacht even; volhoudenhang in there
— volhouden; niet opgevenhang tight
— wacht even; hou volhang on a minute
— wacht even een minuutjeiemand ophangen; iemand ter dood brengen door ophanging
hang someone
— iemand ophangen; iemand ter dood brengen door ophanginghang for treason
— ter dood brengen wegens verraadhang the criminal
— de misdadiger ophangen; de misdadiger ter dood brengengevoelens, schaamte of psychische problemen
hang one's head
— het hoofd laten hangen; het hoofd buigen van schaamtebe hung up on something
— bezet zijn met iets; ergens mee zittenhave a hang-up
— een complex hebben; een psychisch probleem hebbenhung up about something
— ergens over inzitten; ergens mee bezig zijnidiomen, risico of uitstel
hang by a thread
— aan een zijden draadje hangen; in gevaar verkerenhang fire
— uitstellen; talmenhang together
— logisch samenhangen; de toets doorstaanhang someone out to dry
— iemand laten vallen; iemand in de steek latenhang in the balance
— op het spel staan; in het ongewisse zijnhang over
— boven het hoofd hangen; bezighouden; in het geheugen blijvendraaien of richting veranderen tijdens beweging
hang a left
— sla linksafhang a right
— sla rechtsaf