Vertaling van hang van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

hang

': hangen, ophangen, opknopen, vastmaken, bevestigen
Transcriptie: [hæŋ]

Woordenboekartikel

verb (hanged/hung, hanged/hung)

  1. hangen (hover, hanging, hang around)
  2. ophangen
  3. rondhangen
  4. opgehangen (hanging)
  5. vastlopen (crash)
  6. verbreekt (disconnect)
  7. vasthouden (cling)
  8. reageert (crash)
  9. opknopen
  10. vastmaken

noun

  1. doorbrengen
  2. aard

Voorbeelden

fysiek ophangen of vastmaken


 

hang a picture

— een schilderij ophangen
 

hang from the ceiling

— aan het plafond hangen; van het plafond hangen
 

hang clothes on a line

— kleren aan een lijn hangen; was ophangen
 

hang on a hook

— aan een haak hangen
 

hang by a rope

— aan een touw hangen

het gesprek beëindigen of de hoorn neerleggen


 

hang up

— ophangen; de hoorn neerleggen
 

hang up on someone

— iemand afsnauwen; de hoorn erop gooien
 

hang up the phone

— de telefoon neerleggen

tijd doorbrengen, rondhangen of lanterfanten


 

hang out

— rondhangen; tijd doorbrengen
 

hang around

— rondhangen; lanterfanten
 

hang with

— omgaan met; optrekken met
 

hang about

— rondhangen; lanterfanten

wachten, volhouden of niet opgeven


 

hang on

— wacht even; volhouden
 

hang in there

— volhouden; niet opgeven
 

hang tight

— wacht even; hou vol
 

hang on a minute

— wacht even een minuutje

iemand ophangen; iemand ter dood brengen door ophanging


 

hang someone

— iemand ophangen; iemand ter dood brengen door ophanging
 

hang for treason

— ter dood brengen wegens verraad
 

hang the criminal

— de misdadiger ophangen; de misdadiger ter dood brengen

gevoelens, schaamte of psychische problemen


 

hang one's head

— het hoofd laten hangen; het hoofd buigen van schaamte
 

be hung up on something

— bezet zijn met iets; ergens mee zitten
 

have a hang-up

— een complex hebben; een psychisch probleem hebben
 

hung up about something

— ergens over inzitten; ergens mee bezig zijn

idiomen, risico of uitstel


 

hang by a thread

— aan een zijden draadje hangen; in gevaar verkeren
 

hang fire

— uitstellen; talmen
 

hang together

— logisch samenhangen; de toets doorstaan
 

hang someone out to dry

— iemand laten vallen; iemand in de steek laten
 

hang in the balance

— op het spel staan; in het ongewisse zijn
 

hang over

— boven het hoofd hangen; bezighouden; in het geheugen blijven

draaien of richting veranderen tijdens beweging


 

hang a left

— sla linksaf
 

hang a right

— sla rechtsaf