Vertaling van has van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

has

': hebben, krijgen, bezitten, houden, gebruiken
Transcriptie: [hæz]

Woordenboekartikel

noun

  1. has m

verb

  1. hebben
  2. krijgen
  3. bezitten
  4. houden
  5. gebruiken
  6. ontvangen

Voorbeelden

bezit of bezitting


 

has a car

— een auto hebben
 

has money

— geld hebben
 

has a house

— een huis bezitten
 

has a brother

— een broer hebben

voltooid verleden tijd, actie voltooid of resultaat belangrijk


 

has eaten

— gegeten hebben
 

has gone

— weggegaan zijn
 

has finished the work

— het werk afgemaakt hebben
 

has been to London

— in Londen geweest zijn
 

has lived here for five years

— hier al vijf jaar wonen

noodzaak, verplichting, moeten


 

has to go

— moeten gaan
 

has to work late

— laat moeten werken
 

has to pay

— moeten betalen

dagelijkse handelingen of gewoonten


 

has breakfast

— ontbijten
 

has lunch

— lunchen
 

has a shower

— een douche nemen
 

has a bath

— een bad nemen

toestanden, gezondheid of gevoelens


 

has a headache

— hoofdpijn hebben
 

has a cold

— verkouden zijn
 

has a fever

— koorts hebben

uitdrukkingen, mening of beoordeling


 

has a point

— gelijk hebben
 

has the right

— het recht hebben
 

has influence

— invloed hebben

lijdende en voltooide constructies met has been


 

has been seen

— gezien zijn
 

has been working

— aan het werk geweest zijn
 

has been told

— verteld zijn