Vertaling van has van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
has
Transcriptie: [hæz]
Woordenboekartikel
noun
- has m
verb
- hebben
- krijgen
- bezitten
- houden
- gebruiken
- ontvangen
Voorbeelden
bezit of bezitting
has a car
— een auto hebbenhas money
— geld hebbenhas a house
— een huis bezittenhas a brother
— een broer hebbenvoltooid verleden tijd, actie voltooid of resultaat belangrijk
has eaten
— gegeten hebbenhas gone
— weggegaan zijnhas finished the work
— het werk afgemaakt hebbenhas been to London
— in Londen geweest zijnhas lived here for five years
— hier al vijf jaar wonennoodzaak, verplichting, moeten
has to go
— moeten gaanhas to work late
— laat moeten werkenhas to pay
— moeten betalendagelijkse handelingen of gewoonten
has breakfast
— ontbijtenhas lunch
— lunchenhas a shower
— een douche nemenhas a bath
— een bad nementoestanden, gezondheid of gevoelens
has a headache
— hoofdpijn hebbenhas a cold
— verkouden zijnhas a fever
— koorts hebbenuitdrukkingen, mening of beoordeling
has a point
— gelijk hebbenhas the right
— het recht hebbenhas influence
— invloed hebbenlijdende en voltooide constructies met has been
has been seen
— gezien zijnhas been working
— aan het werk geweest zijnhas been told
— verteld zijn