Vertaling van have van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

have

': hebben, krijgen, bezitten, houden, gebruiken
Transcriptie: [hæv]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb (had, had)

  1. hebben (do, include)
  2. krijgen (will)
  3. heeft (offer)
  4. beschikken
  5. is (be)
  6. hadden
  7. zijn (include)
  8. hebt (do)
  9. moeten (should)
  10. heb (do)