Vertaling van have van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

have

': hebben, krijgen, bezitten, houden, gebruiken
Transcriptie: [hæv]

Woordenboekartikel

verb (had, had)

  1. hebben (do, include)
  2. krijgen (will)
  3. heeft (offer)
  4. beschikken
  5. is (be)
  6. hadden
  7. zijn (include)
  8. hebt (do)
  9. moeten (should)
  10. heb (do)

Voorbeelden

 

have a rest

— een rustpauze nemen
 

have a meal

— een maaltijd nuttigen
 

have fun

— plezier hebben
 

have a conversation

— een gesprek voeren
 

have patience

— geduld tonen
 

have a dream

— een droom hebben
 

have an idea

— een idee hebben
 

have a look

— een kijkje nemen