Vertaling van heating van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
heating
Transcriptie: [ˈhiːtɪŋ]
Woordenboekartikel
noun
- verwarming f (heater, warm)
- verhitting f (heat)
- verwarmen n
- vloerverwarming f (underfloor heating)
- verwarmend
- warmte f (warm, warmth)
- hitte f
- opwarming f (warm)
- verwarmd (warm)
- warmen (warm)
adjective
- stook
- verhittend
Voorbeelden
systemen en soorten verwarming
central heating
— centrale verwarmingdistrict heating
— stadsverwarming; wijkverwarmingunderfloor heating
— vloerverwarmingelectric heating
— elektrische verwarmingradiant heating
— stralingsverwarmingspace heating
— ruimteverwarmingapparatuur en onderdelen voor verwarming
heating system
— verwarmingssysteemheating element
— verwarmingselementheating boiler
— verwarmingsketelheating radiator
— verwarmingsradiatorheating valve
— verwarmingskraan; verwarmingsventielheating pump
— verwarmingspomp; circulatiepomp voor verwarmingbrandstof en warmtebronnen
heating oil
— stookolie; huisbrandoliegas heating
— gasverwarmingsolid fuel heating
— verwarming op vaste brandstofbiomass heating
— biomassa-verwarmingkosten, rekeningen en onderhoud
heating bill
— stookrekening; verwarmingsrekeningheating costs
— stookkosten; verwarmingskostenheating maintenance
— onderhoud van de verwarming; cv-onderhoudheating tariff
— verwarmingstarief; stooktariefhandelingen en processen van verhitting
heating up
— opwarmen; verhittingcontrolled heating
— geregelde verhitting; gecontroleerde verwarmingrapid heating
— snelle verhitting; snel opwarmenpreheating
— voorverwarming; voorverwarmenmedische en huishoudelijke verwarmers
heating pad
— warmtekussen; elektrische warmtekussenheating blanket
— elektrische deken; verwarmingsdekenheating lamp
— warmtelamp; infraroodlampindustriële en technologische verhitting
process heating
— procesverwarming; procestechnische verwarmingindustrial heating
— industriële verwarming; industrieel verwarmenheating capacity
— verwarmingscapaciteit; warmtevermogenheating rate
— opwarmsnelheid; verwarmingssnelheid