Vertaling van helper van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

helper

': helper, hulp, helpster, assistent, handlanger
Transcriptie: [ˈhelpə]

Woordenboekartikel

noun

  1. helper m (assistant)
  2. assistent m
  3. hulp
  4. helpster
  5. handlanger
  6. famulus

Voorbeelden

persoon, helper of medewerker


 

teacher's helper

— hulp van de leraar
 

medical helper

— medische hulp
 

volunteer helper

— vrijwillige hulp; vrijwilliger
 

community helper

— hulp in de gemeenschap; buurthulp
 

domestic helper

— huishoudelijke hulp; huishoudelijk werker
 

personal helper

— persoonlijke assistent
 

camp helper

— kamphulp
 

peer helper

— leeftijdgenoot-hulp; maatje

instrument, programma of bot, hulp in technologie


 

helper app

— hulp-app
 

helper function

— hulpfunctie
 

helper bot

— hulpbot; chatbot-assistent
 

browser helper

— browserplug-in; browserhelper
 

setup helper

— installatiewizard; installatiehulp
 

debugging helper

— debugtool; hulpmiddel bij het debuggen
 

build helper

— bouwhulp; hulpmiddel bij het bouwen

keuken, kinderopvang of huis, huishoudelijke hulp


 

kitchen helper

— keukenhulp; keukenassistent
 

baby helper

— babyhulp; hulpmiddel voor babyverzorging
 

cleaning helper

— schoonmaakhulp; hulpmiddel voor het schoonmaken
 

gardening helper

— tuinhulp; hulp in de tuin
 

shopping helper

— winkelhulp; begeleider bij het winkelen
 

home helper

— thuishulp; huishoudelijke hulp

onderwijs, taal of studieondersteuning


 

study helper

— studiehulp; studiehulpmiddel
 

language helper

— taalhulp; taalondersteuning
 

homework helper

— huiswerkhulp; hulpmiddel voor huiswerk
 

tutor helper

— bijleshulp; assistent van de bijlesgever
 

research helper

— onderzoekshulp; hulp bij onderzoek

noodhulp, medische of sociale hulp


 

emergency helper

— hulpverlener bij noodgevallen; noodhulp
 

first aid helper

— hulp bij eerste hulp; hulpverlener bij eerste hulp
 

healthcare helper

— zorgmedewerker; hulp bij de gezondheidszorg
 

crisis helper

— crisishulp; specialist in crisisondersteuning
 

social helper

— maatschappelijk werker; sociale hulp

rol of functie, hulpmiddel


 

helper role

— hulprol
 

task helper

— taakhulp; hulpmiddel voor taken
 

support helper

— ondersteuningshulp; ondersteuningsmiddel
 

utility helper

— hulpprogramma; systeemhulpprogramma
 

workflow helper

— werkstroomhulp; hulpmiddel voor workflow