Vertaling van him van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

him

': hem, hij, zijn
Transcriptie: [hɪm]

Voorbeelden

handelingen of acties gericht op hem


 

see him

— hem zien
 

call him

— hem bellen
 

meet him

— hem ontmoeten
 

help him

— hem helpen
 

love him

— van hem houden
 

blame him

— hem de schuld geven
 

notice him

— hem opmerken

voorzetsels, relaties en plaats


 

with him

— met hem
 

without him

— zonder hem
 

for him

— voor hem
 

to him

— aan hem
 

about him

— over hem
 

at him

— naar hem
 

against him

— tegen hem
 

by him

— door hem; naast hem

indirect object, overdracht en verzoeken


 

give it to him

— het aan hem geven
 

tell him

— het hem vertellen
 

ask him

— het hem vragen
 

show him

— het hem laten zien
 

lend him

— het hem lenen
 

offer him

— het hem aanbieden

phrasal verbs, idiomen en vaste combinaties


 

look up to him

— tegen hem opkijken
 

get along with him

— met hem kunnen opschieten
 

put him down

— hem kleineren; hem neerleggen
 

count on him

— op hem rekenen
 

bring him up

— hem opvoeden; hem ter sprake brengen
 

walk him through

— hem erdoorheen leiden; het hem stap voor stap uitleggen
 

stand up for him

— voor hem opkomen
 

get over him

— hem vergeten; over hem heen komen
 

let him be

— hem met rust laten