Vertaling van history van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
history
Woordenboekartikel
noun
- geschiedenis f (prehistory, tale, recorded history)
- historie f
- verhaal n
- voorgeschiedenis f
- historisch (ancient)
Voorbeelden
academie, studie
history lesson
— geschiedenisleshistory class
— geschiedenisles; geschiedenisklashistory book
— geschiedenisboekhistory course
— geschiedeniscursushistory department
— geschiedenisafdeling; vakgroep geschiedenishistory teacher
— geschiedenisleraar; docent geschiedenisperioden, richtingen
ancient history
— oude geschiedenismodern history
— moderne geschiedenisrecent history
— recente geschiedeniscontemporary history
— hedendaagse geschiedenismedieval history
— middeleeuwse geschiedenispersoonlijke biografie, afkomst
family history
— familiegeschiedenis; genealogiepersonal history
— persoonlijke geschiedenis; levensverhaalwork history
— arbeidsverleden; werkgeschiedeniseducational history
— opleidingsgeschiedenis; onderwijsgeschiedenisancestral history
— voorouderlijke geschiedenis; stamboomgeneeskunde, recht, forensisch onderzoek
medical history
— medische voorgeschiedenis; anamnesecriminal history
— crimineel verleden; strafbladlegal history
— rechtsgeschiedenis; juridische geschiedenisforensic history
— forensische geschiedenis; gerechtelijke geschiedenisregistraties, logboeken, logbestanden
browsing history
— browsergeschiedenispurchase history
— aankoopgeschiedenisorder history
— bestelgeschiedenistransaction history
— transactiegeschiedenischat history
— chatgeschiedenis; gespreksgeschiedenisrevision history
— revisiegeschiedenisversion history
— versiegeschiedeniswetenschapsgebieden, onderzoeksrichtingen
military history
— militaire geschiedenis; krijgsgeschiedeniseconomic history
— economische geschiedenissocial history
— sociale geschiedeniscultural history
— cultuurgeschiedenisnatural history
— natuurlijke historie; natuurhistorieoral history
— mondelinge geschiedenis; orale geschiedeniswritten history
— geschreven geschiedenis; schriftelijke geschiedenisuitdrukkingen, idiomen
history repeats itself
— geschiedenis herhaalt zichmake history
— geschiedenis schrijven; de geschiedenis ingaanwrite history
— geschiedenis schrijven; geschiedenis makenbe history
— tot het verleden behoren; verleden tijd zijn