Vertaling van homeowner van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

homeowner

': huiseigenaar
Transcriptie: [ˈhəʊməʊnə]

Woordenboekartikel

noun

  1. eigenaar m (owner)
  2. verhuurder m (owner)

Voorbeelden

huiseigenaar


 

a homeowner

— een huiseigenaar
 

homeowners in the area

— huiseigenaren in de buurt
 

a first-time homeowner

— een nieuwe huiseigenaar

eigenaar van een woning


 

homeowners association

— vereniging van eigenaren
 

homeowner rights

— rechten van de woningeigenaar
 

homeowner responsibilities

— plichten van de woningeigenaar

verzekering en kosten


 

homeowner insurance

— opstalverzekering
 

homeowner policy

— opstalpolis
 

homeowner costs

— kosten voor de huiseigenaar

belastingen en voordelen


 

homeowner tax

— onroerendezaakbelasting
 

homeowner exemption

— vrijstelling voor de woningeigenaar
 

homeowner grant

— subsidie voor de huiseigenaar