Vertaling van hop van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

hop

': hop, springen, hinkelen, huppelen, sprong
Transcriptie: [hɒp]

Woordenboekartikel

noun

  1. hop m
  2. sprong m (jump)
  3. sprongetje
  4. etappe
  5. danspartij
  6. vlucht

verb

  1. springen (jump)
  2. huppelen
  3. spring m (jump)
  4. hinkelen
  5. hinken
  6. huppelend afleggen

Voorbeelden

Beweging, springen


 

hop

— sprong
 

hop up

— omhoogspringen; opspringen
 

hop down

— naar beneden springen; afspringen
 

hop on one foot

— op één been huppelen; op één been springen
 

bunny hop

— konijnensprong; simpele sprong in dans of op de fiets
 

short hop

— korte sprong; klein hupje

Vervoer, in- of uitstappen


 

hop on

— instappen; op de trein stappen; meedoen
 

hop off

— uitstappen; afstappen
 

hop in

— naar binnen gaan; in de auto stappen
 

hop out

— uitstappen; uit de auto stappen
 

hop aboard

— aan boord gaan; in- of opstappen (boot of trein)

Korte ritjes, vluchten of snelle koerswijzigingen


 

hop a ride

— een lift krijgen; meerijden
 

hop a flight

— een korte vlucht maken; overstappen op een vlucht
 

hop over

— oversteken; even langsgaan; snel binnenlopen
 

hop the train

— de trein nemen (soms zonder ticket); op de trein springen
 

hop a curb

— over een stoeprand springen; over de rand van het trottoir springen

Idioom, spreektaal


 

hop to it

— er meteen aan beginnen; aan de slag gaan
 

a hop, skip and a jump

— op een steenworp afstand; dichtbij
 

hop along

— verder huppelen; zich met huppelende pas voortbewegen

Bierbrouwen, de plant hop


 

hop

— hop
 

hops

— hopbellen; hop voor het brouwen
 

dry-hop

— drooghoppen; hop toevoegen aan bier na het koken
 

hop fields

— hoppevelden; hopvelden

Muziek, cultuur of dans


 

hip-hop

— hiphop; muziekstijl en cultuur
 

bunny hop dance

— bunnyhop-dans; eenvoudige groepsdans met hupbewegingen

Overige combinaties


 

hop the fence

— over het hek springen; over de afrastering klimmen
 

hop on the bandwagon

— met de mode meegaan; op de kar springen
 

hop off the phone

— ophangen; het gesprek beëindigen