Vertaling van household van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
household
Transcriptie: [ˈhaʊshəʊld]
Woordenboekartikel
noun
- gezin n (home, family)
- familie f
- woning f (home)
- huishouden
- huishouding
- huisgezin
adjective
- huiselijk
Voorbeelden
huishouden
household member
— lid van het huishoudenhousehold size
— grootte van het huishoudenhousehold income
— inkomen van het huishouden; gezinsinkomenhousehold budget
— huishoudbudget; gezinsbudgetsingle-person household
— eenpersoonshuishouden; alleenstaand huishoudenmulti-generational household
— meergeneratiehuishouden; huishouden met meerdere generatieshousehold survey
— huishoudenonderzoek; enquête onder huishoudenshousehold chores
— huishoudelijke taken; huiswerkhousehold expenses
— huishoudelijke uitgaven; gezinsuitgavenhuishoudelijk; huiselijk
household appliances
— huishoudelijke apparaten; witgoedhousehold goods
— huishoudelijke artikelen; drogisterijartikelenhousehold items
— huishoudelijke voorwerpen; spullen voor in huishousehold cleaning products
— schoonmaakmiddelen voor het huis; huishoudchemicaliënhousehold waste
— huishoudelijk afval; huisvuilhousehold equipment
— huishoudelijke apparatuur; apparatuur voor in huishousehold energy consumption
— energieverbruik van het huishouden; energieverbruik in de huishoudingvaste uitdrukkingen
a household name
— een begrip; een bekend merkhousehold word
— een begrip; een gevleugeld woordhuishoudelijke taken; het voeren van een huishouding
household management
— huishoudvoering; het beheren van een huishoudenhousehold maintenance
— onderhoud van het huis; het huis in goede staat houdenhousehold cleaning
— het schoonmaken van het huis; de huishoudelijke schoonmaakhousehold services
— huishoudelijke diensten; diensten voor in huis