Vertaling van household van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

household

': huishouden, huishouding, gezin, huisgezin, huiselijk
Transcriptie: [ˈhaʊshəʊld]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. gezin n (home, family)
  2. familie f
  3. woning f (home)
  4. huishouden
  5. huishouding
  6. huisgezin

adjective

  1. huiselijk