Vertaling van householder van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

householder

': gezinshoofd, huurder, hoofd, van een gezin
Transcriptie: [ˈhaʊshəʊldə]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. gezinshoofd n
  2. huurder
  3. hoofd
  4. van een gezin