Vertaling van householder van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

householder

': gezinshoofd, huurder, hoofd, van een gezin
Transcriptie: [ˈhaʊshəʊldə]

Woordenboekartikel

noun

  1. gezinshoofd n
  2. huurder
  3. hoofd
  4. van een gezin

Voorbeelden

huiseigenaar


 

householder rights

— rechten van de huiseigenaar
 

householder insurance

— opstalverzekering voor de huiseigenaar
 

householder association

— vereniging van huiseigenaren
 

householder maintenance

— onderhoud van de woning
 

new householder

— nieuwe huiseigenaar
 

registered householder

— geregistreerde huiseigenaar

gezinshoofd


 

householder responsibilities

— verantwoordelijkheden van het gezinshoofd
 

householder consent

— toestemming van het gezinshoofd
 

householder survey

— enquête onder gezinshoofden
 

primary householder

— primair gezinshoofd
 

householder decision

— beslissing van het gezinshoofd

leek


 

householder practitioner

— lekenbeoefenaar
 

householder vows

— geloften van de leek
 

householder teachings

— leringen voor leken
 

householder community

— leken gemeenschap
 

householder life

— lekenleven

administratieve registratie


 

householder record

— huishoudregister
 

householder file

— huishouddossier
 

householder census

— huishouden telling
 

householder data

— huishoudgegevens