Vertaling van hurry van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

hurry

': haast, haasten, voortmaken, haast maken, verhaasten
Transcriptie: [ˈhʌrɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. haast n (haste)
  2. gewoel
  3. verwarring

verb

  1. haasten (haste)
  2. opschieten (hurry up)
  3. voortmaken
  4. haast maken
  5. verhaasten
  6. spoed maken
  7. jachten
  8. zich overijlen
  9. drijven

Voorbeelden

werkwoorden of werkwoordelijke uitdrukkingen


 

hurry

— haasten; zich haasten
 

hurry up

— opschieten; haast maken
 

hurry along

— zich haasten; voortmaken
 

hurry off

— haastig weggaan; snel weggaan
 

hurry back

— haastig terugkeren; snel terugkomen
 

hurry someone

— iemand haastig maken; iemand opjagen

naamwoordelijke combinaties of uitdrukkingen


 

in a hurry

— in haast; haastig
 

no hurry

— geen haast; geen spoed
 

a hurry

— een haast
 

in a great hurry

— in grote haast; in allerijl
 

in the hurry of the moment

— in de haast van het moment

bevelen of korte zinnen


 

hurry up

— schiet op; maak haast
 

hurry, please

— schiet op, alstublieft; maak haast, alstublieft
 

hurry home

— haast je naar huis; ga snel naar huis
 

hurry back

— kom snel terug; haast je terug
 

better hurry

— beter opschieten; kun je beter opschieten

vaste uitdrukkingen of idiomen


 

hurry up and wait

— haast je en wacht
 

in a hurry to do something

— haast hebben om iets te doen
 

hurry-scurry

— gehaast en gejaagd; drukte
 

no hurry, no worry

— geen haast, geen zorgen

voorbeeldzinnen in context


 

i am in a hurry

— ik heb haast; ik heb geen tijd
 

we are in no hurry

— wij hebben geen haast; wij hoeven ons niet te haasten
 

hurry up or we'll miss the train

— schiet op, anders missen we de trein
 

she hurried to finish the report

— zij haastte zich om het rapport af te maken
 

please hurry, the bus is leaving

— haast u alstublieft, de bus vertrekt