Vertaling van immigrant van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

immigrant

': immigrant, inwijkeling
Transcriptie: [ˈɪmɪgrənt]

Woordenboekartikel

noun

  1. immigrant m (migrant)
  2. migrant m (migrant)
  3. immigratie f (immigration)
  4. migrerende (migrant)
  5. inwijkeling

Voorbeelden

algemene betekenis


an immigrant

— een immigrant

new immigrants

— nieuwe immigranten

illegal immigrant

— illegale immigrant

immigrant family

— immigrantengezin

komst en vestiging


immigrant to Canada

— immigrant in Canada

immigrant from Mexico

— immigrant uit Mexico

recent immigrant

— recente immigrant

first-generation immigrant

— immigrant van de eerste generatie

status en documenten


legal immigrant

— legale immigrant

undocumented immigrant

— immigrant zonder papieren

immigrant visa

— immigratievisum

immigrant status

— immigrantenstatus

aanpassing en integratie


immigrant community

— immigrantengemeenschap

immigrant integration

— integratie van immigranten

immigrant experience

— immigrantenervaring

support for immigrants

— steun voor immigranten