Vertaling van impair van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

impair

': aantasten, beschadigen, benadelen, verzwakken
Transcriptie: [ɪmˈpeə]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. aantasten (affect)
  2. afbreuk f (affect)
  3. schaden (affect)
  4. aangetast (affect)
  5. nadelig
  6. belemmeren (hamper)
  7. verstoren (disrupt)
  8. hinderen (hamper)
  9. verslechteren (worsen)
  10. toebrengen (cause)