Vertaling van impart van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

impart

': geven, verlenen, mededelen, schenken
Transcriptie: [ɪmˈpɑːt]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. geven (pass)
  2. mededelen
  3. bijbrengen
  4. overbrengen (pass)
  5. meedelen
  6. verlenen
  7. schenken