Vertaling van impart van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

impart

': geven, verlenen, mededelen, schenken
Transcriptie: [ɪmˈpɑːt]

Woordenboekartikel

verb

  1. geven (pass)
  2. mededelen
  3. bijbrengen
  4. overbrengen (pass)
  5. meedelen
  6. verlenen
  7. schenken

Voorbeelden

kennisoverdracht


impart knowledge

— kennis overdragen

impart information

— informatie verstrekken; informatie doorgeven

impart facts

— feiten meedelen

impart news

— nieuws meedelen; op de hoogte stellen

impart findings

— bevindingen meedelen; resultaten overdragen

training of vaardigheidsoverdracht


impart skills

— vaardigheden aanleren; vaardigheden overdragen

impart training

— training geven; opleiding bieden

impart techniques

— technieken aanleren; technieken overdragen

eigenschappen, kenmerken of een gevoel geven


impart flavor

— smaak geven; aroma toevoegen

impart color

— kleur geven; kleuren

impart warmth

— warmte geven; een gevoel van gezelligheid creëren

impart a sense of urgency

— een gevoel van urgentie geven; een gevoel van spoed creëren

impart life

— levendigheid geven; leven inblazen

overdracht van waarden, wijsheid of lessen


impart wisdom

— wijsheid overdragen

impart values

— waarden bijbrengen; waarden overdragen

impart moral lessons

— morele lessen bijbrengen; morele lessen overbrengen

officiële mededeling, instructies of toestemming


impart instructions

— instructies geven; instructies meedelen

impart authority

— bevoegdheid verlenen; macht overdragen

impart consent

— toestemming geven; instemming betuigen