Vertaling van impose van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

impose

': opleggen, opdringen, forceren, opmaken
Transcriptie: [ɪmˈpoʊz]

Woordenboekartikel

verb

  1. opleggen (apply)
  2. opdringen
  3. leggen (introduce)
  4. voorschrijven (dictate)
  5. belasten (tax)
  6. voeren (enter)
  7. forceren
  8. opmaken

Voorbeelden

invoeren van regels, beperkingen of verboden


impose restrictions

— beperkingen opleggen

impose a ban

— een verbod instellen

impose a curfew

— avondklok instellen

impose controls

— controles instellen

impose quotas

— quota instellen

impose a moratorium

— moratorium instellen

opleggen van boetes, belastingen of heffingen


impose a fine

— een boete opleggen

impose taxes

— belastingen heffen

impose tariffs

— tarieven invoeren

impose a levy

— een heffing invoeren

opleggen van verplichtingen, voorwaarden of termijnen


impose obligations

— verplichtingen opleggen

impose conditions

— voorwaarden stellen

impose requirements

— eisen stellen

impose a deadline

— een deadline stellen

opdringen van wil, meningen of gedrag


impose one's will

— zijn wil opleggen

impose ideas

— ideeën opdringen

impose beliefs

— overtuigingen opdringen

impose oneself

— zich opdringen

impose on someone

— iemand lastigvallen

juridische of administratieve maatregelen


impose a sentence

— een straf opleggen

impose sanctions

— sancties opleggen

impose penalties

— straffen opleggen

impose martial law

— de staat van beleg afkondigen

economische of financiële gevolgen


impose costs

— kosten met zich meebrengen

impose austerity measures

— bezuinigingsmaatregelen invoeren

impose restrictions on trade

— handelsbeperkingen opleggen

impose a burden

— een last opleggen