Vertaling van impress van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

impress

': indruk, imponeren, afdruk, indruk maken op, prenten
Transcriptie: [ˈɪmpres]

Woordenboekartikel

verb

  1. indruk m
  2. imponeren (convince)
  3. overtuigen
  4. indrukwekkend
  5. verrassen (amaze)
  6. verbazen
  7. versteld (amaze)
  8. indruk maken op
  9. prenten
  10. inprenten

noun

  1. afdruk

Voorbeelden

indruk maken; imponeren


to impress

— indruk maken

to impress someone

— iemand imponeren

impress the audience

— het publiek imponeren

impress a client

— een klant imponeren

impress the judges

— de jury imponeren

impress with knowledge

— indruk maken met kennis

deeply impress

— diep imponeren

fail to impress

— geen indruk maken

inprenten; overtuigen


to impress upon someone

— iemand iets inprenten

impress upon someone the importance

— iemand het belang inprenten

impress something on someone

— iemand iets inprenten

onder de indruk zijn


to be impressed

— onder de indruk zijn

be impressed by

— onder de indruk zijn van

impressed with

— onder de indruk van

not easily impressed

— niet snel onder de indruk

vaste uitdrukkingen


make an impression

— indruk maken

leave an impression

— een indruk achterlaten

first impressions

— eerste indrukken

trying to impress

— proberen indruk te maken

impress someone with your skills

— iemand imponeren met je vaardigheden

impress on someone's mind

— in iemands geheugen gegrift staan