Vertaling van impress van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

impress

': indruk, imponeren, afdruk, indruk maken op, prenten
Transcriptie: [ˈɪmpres]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. indruk m
  2. imponeren (convince)
  3. overtuigen
  4. indrukwekkend
  5. verrassen (amaze)
  6. verbazen
  7. versteld (amaze)
  8. indruk maken op
  9. prenten
  10. inprenten

noun

  1. afdruk